ECLI:NL:RBGEL:2025:10975

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
11680108 CV EXPL 25-1291
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:217 BWArt. 6:248 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen huurovereenkomst en afwijzing schadevergoeding na afgebroken onderhandelingen bedrijfspand

Solo Onroerend Goed B.V. en [gedaagde] zijn in gesprek geweest over de huur van een bedrijfspand in Apeldoorn. Ondanks meerdere voorstellen en tegenvoorstellen bereikten partijen geen overeenstemming over essentiële punten zoals huurprijs, huurperiode en opleverdatum. Solo stelde dat er een huurovereenkomst was gesloten, terwijl [gedaagde] dit betwistte.

De rechtbank overweegt dat wilsovereenstemming vereist is voor het sluiten van een huurovereenkomst en dat de essentialia volledig overeen moeten komen. Omdat partijen niet overeenkwamen over de opleverdatum, een essentieel punt voor [gedaagde], is geen overeenkomst tot stand gekomen. Solo kon dit niet bewijzen.

Subsidiair stelde Solo dat [gedaagde] de onderhandelingen onrechtmatig had afgebroken en daardoor schadeplichtig was. De rechtbank oordeelde dat het afbreken van onderhandelingen in beginsel is toegestaan, tenzij er sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen of onaanvaardbaarheid. Gezien de voortdurende onzekerheid over de opleverdatum en het feit dat [gedaagde] dit als essentieel punt bleef benadrukken, was het afbreken niet onaanvaardbaar.

De vorderingen van Solo worden afgewezen en Solo wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Geen huurovereenkomst tot stand gekomen en vorderingen tot schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaaknummer: 11680108 \ CV EXPL 25-1291
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
SOLO ONROEREND GOED B.V.,
te Apeldoorn,
eisende partij,
hierna te noemen: Solo,
gemachtigde: mr. A.P. Maes,
tegen
[gedaagde],
te Capelle aan den IJssel,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mrs. E.J. Heijnen en C.P. Benjamin.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 juni 2025
- de mondelinge behandeling van 18 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de spreekaantekeningen van mr. Maes, tevens akte vermindering van eis
- de spreekaantekeningen van mrs. Heijnen en Benjamin.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Solo houdt zich bezig met het realiseren en exploiteren van onroerend goed.
2.2.
Solo heeft op het adres [adresgegevens] een bouwlocatie aangekocht om daarop een nieuwe bedrijfshal met kantoorruimtes te realiseren (hierna: het bedrijfspand).
2.3.
In april 2023 zijn partijen met elkaar in gesprek gegaan over de mogelijke huur door [gedaagde] van (een deel) van het bedrijfspand van Solo.
2.4.
Op 4 april 2023 heeft de verhuurmakelaar van Solo, voor zover hier van belang, aan [gedaagde] geschreven:

Voor nu is het denk ik goed om bij jullie verhuurder na te gaan wat hij voor jullie kan betekenen m.b.t. de huurperiode. Bij dit gesprek kun je het beste uitgaan van een huuringangsdatum van 01 januari 2024 ( [adresgegevens] ).
2.5.
Op 11 mei 2023 heeft Solo een huurvoorstel aan [gedaagde] gedaan, waarin, voor zover hier van belang, wordt uitgegaan van een huurprijs van € 16.250,00 exclusief btw per maand, een huurperiode van 10 jaar met 10 optiejaren en oplevering per eind maart 2024.
2.6.
[gedaagde] heeft daarop op dezelfde dag gereageerd. In die reactie staat, voor zover hier van belang, vermeld:

• (…) Op basis van je wens voor een huur contract van 10 jaar is dat € 150.000 euro voor bovenstaande. Je hal is al redelijk hoog geprijsd per m2, wij willen hier graag rond de tafel met jou om een en ander in redelijk te bespreken.
• We zien jouw wens voor 10 + 10 jaar huur. Wij hebben eerder besproken dat wij graag zouden willen kopen en jij gaf aan dat niet als bezwaar te zien. Op basis van taxatie en dan minimaal de investeringssom. Wij hebben de wens uitgesproken na 5 jaar die mogelijkheid te hebben en jij gaf aan liefst 7 jaar. Dit zien wij niet terug in je voorstel. Wil jij dit er in opnemen?
(…)
• Oplevering was in eerdere communicatie 1 januari, althans zo hebben wij dat naar onze huidige verhuurder gecommuniceerd. Nu geef jij in je voorstel aan “eind maart” ofwel 1 april. Dit is een kwartaal later en dienen wij te bespreken met onze huidige huurder. Is er in de planning van de bouwer nog iets te schuiven dat jij vermoed? Overigens zet je verderop de oplevering medio februari. Ik snap dat je hier afstemming met een bouwer voor moet hebben, echter voor ons is het wel cruciaal een correcte planning te weten en dat met de huidige huurder af te stemmen.
Bottom lijn zijn wij graag jouw huurder, echter hebben wij meer duidelijkheid over bovenstaande nodig.
2.7.
Op 12 mei 2023 stuurt Solo een huuraanbod met daarin opnieuw een huurprijs van € 16.250,00 exclusief btw per maand en een huurperiode van 10 jaar met 10 optiejaren. Wat betreft de oplevering is vermeld: “
oplevering medio februari 2024. (of zoveel eerder /later als mogelijk)”.
2.8.
Op 10 juni 2023 stuurt [gedaagde] een tegenvoorstel aan Solo met daarin een huurprijs van € 180.000,00 per jaar (€ 15.000,00 per maand) en een huurperiode van 5 jaar met 5 optiejaren. Wat betreft de oplevering heeft [gedaagde] in het voorstel opgenomen: “
medio februari 2024. (of zoveel eerder/later als mogelijk); uiterlijk in januari 2024 kan productie DZU over van [adresgegevens]”. In de begeleidende e-mail heeft [gedaagde] aan Solo gevraagd om met inachtneming van deze punten een concept huurovereenkomst op te stellen, zodat [gedaagde] met die concept huurovereenkomst haar huidige verhuurder kan vragen om akkoord te gaan met het doorhuren van het pand tot januari 2024.
2.9.
Op 11 juni 2023 stuurt Solo een reactie, waarin zij, voor zover hier van belang, aangeeft dat zij niet akkoord kan gaan met de door [gedaagde] voorgestelde huurprijs en huurperiode. Wat betreft de opleverdatum schrijft Solo dat zij die niet ‘hard kan stellen, ook omdat die afhankelijk is van vergunningen’.
2.10.
Op 20 juni 2023 heeft Solo aan [gedaagde] geschreven:

Nogmaals dank voor het prettige en constructieve gesprek van vandaag. Bijgaand stuur ik de (reeds door mij ondertekende) definitief huurvoorstel. Alle zaken even op papier gezet zoals we vandaag hebben besproken. Alvast dak voor het vertrouwen en ik hoop dat ik dit document spoedig getekend retour mag ontvangen
Daarna zal er een officiële huurovereenkomst worden gemaakt door de makelaar.
Daarbij is een bijlage gevoegd, met de naam “Definitief voorstel [gedaagde] /DZU, waarin, voor zover hier van belang, staat:

Huurprijs € 16.250,- ex/maand. (€ 195.000,-/jaar ex BTW
(…)
Oplevering medio februari 2024. (of zoveel eerder/later als mogelijk) Besproken dat als de hal wind- en waterdicht is, [gedaagde] deze al in gebruik kan nemen. Aansprakelijkheid van huurder jegens verhuurder voor eventuele latere ingebruikname is uitgesloten.
Huurtermijn 10 jaar + 5 optiejaren.(…)
2.11.
Op 5 juli 2023 vraagt de heer [gedaagde] per WhatsApp-bericht aan Solo of het kan kloppen dat hij nog geen concept huurovereenkomst heeft ontvangen.
2.12.
Op 10 juli 2023 heeft Solo een concept huurovereenkomst aan [gedaagde] toegestuurd. Daarbij is gevraagd om goedkeuring van het concept en is opgemerkt dat Solo graag verneemt of [gedaagde] nog opmerkingen of aanvullingen heeft.
2.13.
Op 12 juli 2023 heeft [gedaagde] in verband met de inrichting van het bedrijfspand aan Solo tekeningen van het pand gevraagd.
2.14.
Op 18 juli 2023 heeft de heer [gedaagde] per WhatsApp aan Solo bericht dat zijn advocaat nog bezig is met het bekijken van de concept huurovereenkomst.
2.15.
Op 28 juli 2023 heeft de heer [gedaagde] per WhatsApp - in reactie op een foto van Solo van de bouwlocatie - aan Solo gestuurd: “Op naar het nieuwe pand!”.
2.16.
Op 31 juli 2023 informeert [gedaagde] bij Solo of er al duidelijkheid is over de bouwaanvraag.
2.17.
Op 16 augustus 2023 heeft de verhuurmakelaar van Solo bij de heer [gedaagde] geïnformeerd of zij al gelegenheid heeft gehad om de concept huurovereenkomst te bekijken. Daarbij schrijft de verhuurmakelaar dat hij graag eventuele op- of aanmerkingen verneemt, zodat er snel naar een definitieve huurovereenkomst kan worden gewerkt. De heer [gedaagde] heeft geantwoord dat zijn jurist er mee bezig is.
2.18.
Op 22 september 2023 heeft Solo, voor zover hier van belang, aan [gedaagde] geschreven:

Op 10 juli jongstleden heeft [makelaar] de huurovereenkomst gemaild. De gegevens van de huurder moesten nog worden ingevuld. Dat was dan het enige punt dat nog ontbrak. Aan alle voorwaarden voor het aangaan van een overeenkomst is derhalve voldaan. Op alle punten hebben wij overeenstemming bereikt. Het enige dat nog moest worden uitgevoerd is het plaatsen van de handtekeningen.
De omgevingsvergunning is ondertussen verleend, sloopwerkzaamheden zijn uitgevoerd en de aannemer is al druk met (voorbereidende) werkzaamheden bezig. Kortom alles is door mij gestart met in achtneming van jullie als huurder en opleverdatum 1 maart 2024.
Jij gaf vandaag in ons telefoongesprek aan dat je ook naar een andere locatie aan het kijken bent in
Apeldoorn. Dat staat je natuurlijk vrij. Maar wij zijn al een huurovereenkomst aangegaan. Dus als je
ook nog een andere locatie aan gaat huren, zit je met de kosten van twee huurcontracten
Laten we proberen deze valse start snel achter ons te laten! (…)
2.19.
Bij brief van 26 september 2023 heeft de toenmalige gemachtigde van [gedaagde] , voor zover hier van belang, aan Solo geschreven:

De inhoud van uw brief van 22 september jl. is aanleiding geweest voor [gedaagde] om mij te vragen uw brief te beoordelen en u van een reactie te voorzien. In uw brief geeft u namelijk een verkeerde voorstelling van zaken.
Al geruime tijd zijn partijen in gesprek over een eventuele huur van uw pand aan de [adresgegevens] in Apeldoorn. Het is echter niet zo dat deze onderhandelingen zijn afgerond, zoals u schrijft in uw brief. Daarvoor zijn simpelweg nog te veel open eindjes.
Om te beginnen is het pand nog altijd niet gerealiseerd, terwijl [gedaagde] vanaf het begin van de gesprekken bij u heeft aangegeven dat het essentieel is dat [gedaagde]tijdigkan verhuizen (…). In eerste instantie is 1 januari 2024 als begindatum van de huur besproken. Dit in verband met de einddatum van de huur van het huidige pand van [gedaagde] . In uw aanbiedingsbrief van 12 mei jl. is dan ook door [gedaagde] opgenomen ‘uiterlijk in januari 2024 kan productie DZU over van
[adresgegevens] ”.
Overleg met de verhuurder van de huidige locatie heeft nog wel opgeleverd dat [gedaagde] tot 1 maart 2024 gebruik kan blijven maken van die locatie. Echter is nog altijd onzeker of oplevering (…) uiterlijk 1 februari 2024 haalbaar is. Dit is van essentieel belang omdat [gedaagde] enkele weken nodig heeft om de machines en installaties te verhuizen.
De omgevingsvergunning is pas op 19 september jl. verleend en dus nog niet onherroepelijk. Mochten er bezwaren worden ingediend, verkeert [gedaagde] in een zeer onzeker situatie. Een succesvol bezwaar en/of voorlopige voorziening zal de gehele bedrijfsvoering van [gedaagde] lamleggen. Dat risico kan en wil [gedaagde] uiteraard niet lopen.
Deze onzekerheid, waar u [gedaagde] niet over heeft ingelicht, brengt voor [gedaagde] grote risico’s mee. Eerder gaf u aan dat de bouw direct na de bouwvak zou starten, dat zou vanaf 11 augustus 2023 moeten zijn geweest. [gedaagde] moest er zelf achter komen dat de omgevingsvergunning nog niet was
verleend. [gedaagde] heeft daarna nota bene van de gemeente Apeldoorn moeten vernemen dat de bouw nog niet was gestart.
(…)
Uit de gang van zaken blijkt wel dat de afspraken niet zijn bevestigd op 12 mei jl. of op 20 juni jl. Uw voorstel is nooit door [gedaagde] geaccoordeerd, maar er zijn continue wijzigingen besproken tussen partijen, met als doel om tot een uiteindelijke overeenkomst te komen. Dat moment is echter nog niet bereikt.
U schrijft in uw brief dat op 10 juli jl. de huurovereenkomst is gestuurd en dat alleen de handtekeningen nog moesten worden ingevuld. Dit is pertinent onjuist. [gedaagde] heeft enkel aangegeven intern aan de slag te gaan met de huurovereenkomst. [gedaagde] heeft derhalve nooit akkoord gegeven op de huurovereenkomst. Op 10 augustus jl. heeft u bovendien een WhatsApp
ontvangen van [gedaagde] met de boodschap dat de huurovereenkomst door een jurist zou worden beoordeeld. U kon en mocht er dus niet op vertrouwen dat een huurovereenkomst tot stand zou komen.
(…)
U zult moeten begrijpen dat [gedaagde] eerst (1) volledige zekerheid verlangt over de datum dat [adresgegevens] opgeleverd zal zijn, inclusief garanties van uw zijde dat [gedaagde] uiterlijk 1 februari 2024 kan starten met verhuizen( (…).
(…)
Ik verneem graag of u bereid bent om alsnog op een constructieve wijze (…) met [gedaagde] verder te spreken over het aangaan van een huurovereenkomst, waarbij de hierboven genoemde punten in ieder geval zullen moeten worden opgelost.
(…)
2.20.
Op 28 september 2023 heeft [gedaagde] , voor zover hier van belang, aan Solo geschreven:

We hebben de afgelopen periode elkaar met enige regelmaat, zelf gisterenavond nog, gesproken inzake de mogelijke huur aan de [adresgegevens] .
(…)
De opleverdatum is zoals je weet voor ons vanaf het begin de grootste uitdaging. Ons huidige huurcontract loopt af op 14 november 2023 en we hebben met de huidige verhuurder besproken om de mogelijkheid te hebben voor een eenmalige verlenging tot 1 maart 2024. De huidige verhuurder ziet ons liever een periode van 5 jaar huren en stuurt daar, gezien vanuit zijn belang begrijpelijk, naar toe. Deze mogelijkheid tot de eenmalige verlenging dienen wij uiterlijk vrijdag morgen 29
september aan hem te bevestigen. Zoals je weet is dat ook de reden waarom wij al enkele weken bij jou aandringen om zekerheid te krijgen dat het pand aan de [adresgegevens] per 1 februari 2024 voor ons wind en waterdicht te betreden is en (stroom)technisch in orde is om de verhuizing van de machines en installaties in gang te zetten.
Deze bevestiging blijft uit, wij kunnen dat begrijpen daar de bouwvergunning nog niet onherroepelijk is, echter dat wringt ons in de onmogelijke situatie met de kennis van nu, hoe jammer wij dat ook vinden, een keus te maken voor jouw pand.
(…)
Dit alles overziende, zien wij geen oplossing om met jou de huurovereenkomst aan te gaan en zien wij ons genoodzaakt de verdere onderhandeling met betrekking tot de mogelijkheid tot huren van [adresgegevens] af te breken. Daar er op dit moment nog te veel openeindjes zijn om een gedegen afweging te maken en de keus te laten vallen op [adresgegevens] . Het zou voor ons bedrijf onverantwoord zijn om een
huurovereenkomst te sluiten voor [adresgegevens] .

3.Het geschil

3.1.
Solo vordert na vermindering van eis - samengevat - dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
a. primair de tussen partijen tot stand gekomen huurovereenkomst zal ontbinden, dan wel subsidiair voor recht zal verklaren dat [gedaagde] de totstandkomingsonderhandelingen schadeplichtig heeft afgebroken;
b. [gedaagde] zal veroordelen tot vergoeding van de door Solo geleden schade ad in totaal € 288.234,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2024;
c. [gedaagde] zal veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Solo legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag.
Tussen partijen is een huurovereenkomst tot stand gekomen. [gedaagde] is haar verplichtingen uit deze huurovereenkomst niet nagekomen. Dit rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst. [gedaagde] is gehouden de schade te vergoeden die Solo daardoor heeft geleden. Subsidiair legt Solo aan de vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] de onderhandelingen op onrechtmatige wijze heeft afgebroken en daarom gehouden is de schade te vergoeden die daardoor is geleden. De schade bestaat volgens Solo uit een bedrag van € 169.409,99 aan investeringskosten, € 75.000,00 aan minderhuur, € 40.625,00 aan gederfde huurinkomsten en een bedrag van € 3.872,00 aan expertisekosten.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Solo, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Solo, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Solo in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Is een huurovereenkomst tot stand gekomen?
4.1.
Solo legt primair aan haar vorderingen de stelling ten grondslag dat tussen partijen een huurovereenkomst tot stand is gekomen. Dit wordt door [gedaagde] betwist.
4.2.
Een huurovereenkomst komt tot stand door wilsovereenstemming, dus door aanbod en aanvaarding. Bij de beantwoording van de vraag of tussen partijen een huurovereenkomst tot stand is gekomen en zo ja, met welke inhoud, is bepalend wat partijen tegenover elkaar hebben verklaard en wat zij uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid. Beslissend is of de onderwerpen ten aanzien waarvan overeenstemming is bereikt de essentialia (hoofdpunten) van de overeenkomst bevatten. Voor zover nog enkele punten niet geregeld zijn, dienen die van ondergeschikte betekenis te zijn. Van een perfecte overeenkomst kan geen sprake zijn als partijen op een bepaald punt nog geen overeenstemming hadden bereikt, terwijl dat voor een van de partijen van essentieel belang was en de ander dat behoorde te begrijpen. De stelplicht en de bewijslast rusten op Solo: zij dient de feiten en omstandigheden te stellen en, zo nodig, te bewijzen waaruit de wilsovereenstemming waarop zij zich beroept, kan worden afgeleid.
4.3.
Uit de schriftelijke voorstellen die partijen elkaar in de periode april 2023 tot en met juni 2023 hebben gedaan, blijkt niet dat zij overeenstemming hebben bereikt over de essentialia van de huurovereenkomst. Zij verschilden niet alleen van mening over de huurprijs en de huurperiode, maar ook over het moment van oplevering. Van begin af aan heeft [gedaagde] duidelijk gemaakt dat het moment van oplevering voor haar een essentieel punt was waarover eerst overeenstemming moest worden bereikt, voordat zij tot het sluiten van een huurovereenkomst kon overgaan. Uit de tussen partijen gevoerde correspondentie blijkt niet dat partijen daarover overeenstemming hebben bereikt. Solo stelt weliswaar dat partijen uiteindelijk op 20 juni 2023 mondeling overeenstemming hebben bereikt op alle voor hen essentiële punten, maar dit wordt door [gedaagde] betwist en blijkt ook niet uit het ‘definitieve huurvoorstel’ dat Solo na afloop van dat gesprek aan [gedaagde] heeft gestuurd. Daarin wordt immers nog altijd geen harde opleverdatum genoemd en heeft Solo zelfs een exoneratie toegevoegd voor het geval de oplevering vertraging oploopt. Anders dan Solo meent, kan uit de omstandigheid dat [gedaagde] na ontvangst van dat voorstel aan Solo heeft gevraagd om een concept huurovereenkomst op te stellen, niet worden opgemaakt dat [gedaagde] met de inhoud van het definitieve huurvoorstel instemde. De conclusie is dat niet vast is komen te staan dat over de essentialia van de huurovereenkomst overeenstemming is bereikt, zodat tussen partijen geen huurovereenkomst tot stand is gekomen.
Zijn de onderhandelingen onrechtmatig afgebroken?
4.4.
Subsidiair stelt Solo zich op het standpunt dat [gedaagde] de onderhandelingen niet kon afbreken zonder schadeplichtig te worden. Ook dit wordt door [gedaagde] betwist.
4.5.
Hoofdregel is dat onderhandelingen kunnen worden afgebroken zonder dat van schadeplichtigheid sprake is. Onder omstandigheden kan het zo zijn dat het onrechtmatig is om ingezette onderhandelingen af te breken. Daarvan is sprake indien afbreken (a) op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of (b) in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen (zie Hoge Raad 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7337 (CBB/JPO)). Het gerechtvaardigde vertrouwen kan ook voortvloeien uit omstandigheden anders dan de contractonderhandelingen zelf (zie Hoge Raad 31 mei 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0255 (Vogelaar/Skil)).
4.5.1.
De Hoge Raad heeft in het arrest CBB/JPO verder uitdrukkelijk overwogen dat het om een strenge en tot terughoudendheid nopende maatstaf gaat, zodat de lat hoog ligt voor het aanvaarden van aansprakelijkheid wegens het staken van verdere onderhandelingen.
4.5.2.
Gelet op de hiervoor weergegeven maatstaf stond het [gedaagde] in beginsel vrij de onderhandelingen af te breken, tenzij het afbreken onaanvaardbaar is op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen dat door [gedaagde] zou zijn gewekt in het tot stand komen van een huurovereenkomst of in verband met andere omstandigheden. In dit geval heeft [gedaagde] de onderhandelingen in september 2023 afgebroken. Dit is op 28 september 2023 aan Solo meegedeeld en als reden daarvoor heeft [gedaagde] de blijvende onduidelijkheid over de opleverdatum gegeven. Zoals eerder overwogen was een ‘harde’ opleverdatum voor [gedaagde] van meet af aan een essentieel punt, waarover zij eerst overeenstemming wilde bereiken, voordat zij de huurovereenkomst kon sluiten. [gedaagde] heeft niet de indruk gewekt dat zij dit op enig moment heeft laten varen. Integendeel, uit de correspondentie blijkt dat zij steeds is blijven informeren naar de voortgang van de bouw en de vergunningverlening. Uit de stukken blijkt dat beide partijen ook in de periode na 20 juni 2023 met elkaar in onderhandeling zijn gebleven. Op basis van de tussen partijen gevoerde correspondentie is duidelijk dat [gedaagde] het pand nog altijd graag wilde huren en dat het haar intentie was om alsnog tot overeenstemming te komen. In dat licht bezien valt het te begrijpen dat [gedaagde] op 28 juli 2023 in reactie op een foto van de bouwlocatie van Solo, aan Solo heeft gestuurd: “
Op naar het nieuwe pand”. Ook is het in dat kader begrijpelijk dat [gedaagde] heeft gevraagd naar tekeningen van het pand, zodat zij kon nadenken over de inrichting daarvan. Hiermee is naar het oordeel van de kantonrechter niet het gerechtvaardigd vertrouwen in het tot stand komen van de huurovereenkomst gewekt. Solo was ervan op de hoogte dat het voor [gedaagde] van essentieel belang was om te weten of zij haar machines op tijd kon overhuizen, zodat haar productieproces niet stil zou komen te liggen. Desondanks bleef overeenstemming over een ‘harde’ opleverdatum uit en bleef Solo vasthouden aan de exoneratie voor het geval de oplevering vertraging op zou lopen. [gedaagde] heeft zich daardoor uiteindelijk genoodzaakt gezien om de onderhandelingen met Solo af te breken. Dit was in het licht van de hiervoor geschetste omstandigheden niet onaanvaardbaar.
4.6.
De conclusie is dat de vorderingen moeten worden afgewezen.
4.7.
Solo is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
2.174,00
(2 punten × € 1.087,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.309,00
4.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt Solo in de proceskosten van € 2.309,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Solo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Solo tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.C. Boesberg en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.