ECLI:NL:RBGEL:2025:10857

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
ARN 25/2436
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omgevingsvergunning voor niet-grondgebonden pottenteelt en de noodzaak van archeologisch onderzoek

Deze uitspraak betreft de omgevingsvergunning voor niet-grondgebonden pottenteelt op percelen in de gemeente Buren. Eiseres, Stichting Milieuwerkgroep Buren e.o., is het niet eens met de verleende vergunning en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft de zaak op 9 oktober 2025 behandeld. De rechtbank oordeelt dat de omgevingsvergunning niet in stand kan blijven omdat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de constructies van palen als een bebouwd oppervlak van minder dan 50 m² kunnen worden beschouwd. Daarnaast heeft het college geen locatiespecifiek onderzoek gedaan naar de spuitzone, wat noodzakelijk is gezien de nabijheid van woningen. De rechtbank concludeert dat de vergunning moet worden vernietigd en het college moet opnieuw op het bezwaar beslissen. Eiseres krijgt het griffierecht terug, maar er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/2436

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

Stichting Milieuwerkgroep Buren e.o., uit [plaats 1], eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren

(gemachtigden: S.M.J. Thijssen en H.J. van Oord).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Bomenenzo B.V., uit [plaats 2], vergunninghouder.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning voor niet-grondgebonden pottenteelt op de percelen aan de [locatie 1] in [plaats 2]. Eiseres is het niet eens met de omgevingsvergunning. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de omgevingsvergunning.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de omgevingsvergunning niet in stand kan blijven. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het totaal aan toegepaste constructies van palen met bevestigingsmateriaal is te beschouwen als een bebouwd oppervlak van minder dan 50 m². Ook heeft het college ten onrechte geen locatiespecifiek onderzoek gedaan naar de spuitzone. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen.
  • Heeft het college de grondslag van de aanvraag verlaten?
  • Heeft het college kunnen afzien van (verder) archeologisch onderzoek?
  • Had het college een spuitvrije zone van 50 meter moeten aanhouden?
  • Voldoet de landschappelijke inpassing?
Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Op 11 augustus 2021 heeft vergunninghouder een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van een pottenveld op worteldoek. Op 18 december 2023 heeft vergunninghouder een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een pomphok op het terrein.
2.1.
Op 20 maart 2025 heeft het college aan vergunninghouder met toepassing van de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure een omgevingsvergunning verleend voor niet-grondgebonden pottenteelt, nadat de gemeenteraad op 18 maart 2025 een verklaring van geen bedenkingen had verleend voor de aanleg van een containerveld. [1] De vergunning ziet op gebruik in afwijking van het bestemmingsplan voor de niet-grondgebonden pottenteelt en op het bouwen van een pomphuis.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 9 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon A] en [persoon B] namens eiseres, S.M.J. Thijssen en H.J. van Oord namens het college, en [persoon C] namens vergunninghouder.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt de omgevingsvergunning aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Heeft het college de grondslag van de aanvraag verlaten?
4. Eiseres betoogt dat het college de grondslag van de aanvraag heeft verlaten en dat de vergunning daarom moet worden vernietigd. Voor zover de aanvraag van 11 augustus 2021 een aanvraag voor het gebruik als pottenveld is, blijkt uit de toelichting dat de aanvraag enkel betrekking heeft op 0,5 hectare van het perceel [perceel 1].
4.1.
Hoewel op het aanvraagformulier van 11 augustus 2021 niet staat dat omgevingsvergunning wordt gevraagd voor het realiseren van een pottenveld op de percelen kadastraal bekend [perceel 2] en [perceel 3], staat dit wel in de ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke onderbouwing maakt deel uit van de aanvraag, zo blijkt uit vaste rechtspraak. [2] De rechtbank is daarom van oordeel dat de aanvraag niet alleen betrekking heeft op het realiseren van een pottenveld op het perceel kadastraal bekend [perceel 1], maar ook op de overige percelen. Het college heeft de grondslag van de aanvraag niet verlaten.
Planologisch kader
5. Volgens het wijzigingsplan ‘[locatie 1], [plaats 2]’ en de bijbehorende planregels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Buren 2008’ hebben de percelen de bestemming ‘Agrarisch’. Volgens deze bestemming is grondgebonden agrarische teelt mogelijk, maar is niet-grondgebonden agrarische teelt uitgesloten. Daarnaast hebben de percelen de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologisch Waardevol Gebied 1’ aan de noordzijde en ‘Waarde – Archeologisch Waardevol Gebied 3’ aan de zuidzijde volgens het Paraplubestemmingsplan archeologie Gemeente Buren 2023.
Heeft het college kunnen afzien van (verder) archeologisch onderzoek?
6. Eiseres betoogt dat archeologisch onderzoek vereist is. De archeologische waarden van het plangebied worden onvoldoende beschermd omdat de percelen doorzeefd worden met palen die een meter de grond ingaan. De palen moeten worden aangemerkt als een bouwwerk dat groter is dan 10 m² omdat het geheel aan palen met dwarsconstructies verbonden met band zich uitstrekt over het hele perceel van drie hectares. Eiseres beschouwt het hele perceel als bebouwd gebied. Voor zover er al archeologisch onderzoek is gedaan heeft dat betrekking op nog geen 7% van de percelen.
6.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat de bouwwerken op het gedeelte archeologisch waardevol gebied 1 kleiner dan 50 m² vergunningsvrij zijn en daarom zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. De te gebruiken palen hebben een oppervlakte van 10 cm x 10 cm = 0,01 m². Er mogen dus ongeveer 5.000 palen worden toegepast voordat de grens van 50 m² wordt overschreden. Dit is niet het geval, er worden 173 palen geplaatst op het gedeelte archeologisch waardevol gebied 1. Hieruit volgt dat een archeologisch onderzoek voor de aanleg en ingebruikname van een pottenveld niet noodzakelijk is. Verder is er op een deel van het perceel kadastraal bekend [perceel 4] al archeologisch onderzoek gedaan en is overlegd met de regioarcheoloog.
6.2.
Het noordelijke deel van de percelen – vanaf ongeveer halverwege perceel [perceel 4] – heeft de dubbelbestemming archeologisch waardevol gebied 1. Tussen partijen is niet in geschil dat er bouwwerken op de percelen komen. Volgens artikel 3.2.1 aanhef en onder c van de planregels [3] is geen vergunning nodig voor nieuw te bouwen bouwwerken met een oppervlak dat niet groter is dan 50 m². De bouwwerken bestaan uit in totaal 173 betonnen palen die onderling verbonden zijn door steunmateriaal. In de omgevingsvergunning van 20 maart 2025 staat vermeld dat één rij palen verbonden met draad wordt gezien als één bouwwerk. Uit de ruimtelijke onderbouwing en de nota zienswijze blijkt dat het college iedere betonnen paal als één bouwwerk beschouwt. Eiseres betwist dat de bouwwerken minder dan 50 m² bedragen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college niet inzichtelijk gemaakt waarom de bouwwerken gezamenlijk minder dan 50 m² bedragen. Niet duidelijk is wat als een bouwwerk moet worden beschouwd en hoe daaruit de conclusie volgt dat de bouwwerken een kleiner oppervlak hebben dan 50 m².
6.3.
De beroepsgrond slaagt. Het college heeft het besluit op dit punt onvoldoende gemotiveerd. Het college moet uitleggen waarom de bouwwerken minder dan 50 m² bedragen. Als de bouwwerken toch meer dan 50 m² bedragen, dan kan archeologisch onderzoek achterwege blijven als een archeologisch deskundige schriftelijk heeft geadviseerd.
Had het college een spuitvrije zone van 50 meter moeten aanhouden?
7. Eiseres betoogt dat het college bij gewijzigd grondgebruik een spuitvrije zone van 50 meter had moeten hanteren ter bescherming van de het leefmilieu van omwonenden. Er wordt een vergunning gevraagd voor een nieuwe activiteit en dan kan het college niet stellen dat er feitelijk geen verandering optreedt in het gebruik van de percelen. Het gaat om een afweging van de belangen van de ondernemer en van de belangen van omwonenden. Het college moet het belang van de gezondheid van omwonenden voorop stellen.
7.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat de locatie valt te beschouwen als een ‘rustig’ buitengebied, zich baserend op de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Het gebruik voor pottenteelt is een voortzetting van het bestaande gebruik van een onbebouwd agrarisch perceel, namelijk een bomenkwekerij. Voor laanboomteelt wordt over het algemeen een spuitzonering van 50 meter aangehouden. De woningen [locatie 2] en [locatie 3] zijn gelegen binnen een afstand van 50 meter. Doordat er feitelijk geen verandering in het gebruik van de percelen optreedt, staat het aspect milieuzonering niet in de weg aan het gebruik voor pottenteelt.
7.2.
De rechtbank stelt voorop dat het college bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toekomt en het de betrokken belangen moet afwegen. De rechtbank oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank beoordeelt of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
7.3.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht. Het is mogelijk die afstand te verkleinen als daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Deze motivering moet gebaseerd zijn op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek. [4]
7.4.
De rechtbank is van oordeel dat in dit geval sprake is van een nieuwe activiteit, namelijk van gebruik als grondgebonden bomenkwekerij naar gebruik als niet-grondgebonden pottenteelt. Vast staat dat binnen 50 meter van de spuitzone op de percelen gevoelige functies liggen, namelijk de woningen [locatie 2] en [locatie 3]. De rechtbank stelt vast dat het college geen op de locatie toegesneden onderzoek heeft gedaan om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de woningen te garanderen. De enkele afweging dat het college het gebruik als pottenteelt een vergelijkbare voortzetting van het gebruik als bomenkwekerij vindt, is daartoe onvoldoende. De vergunning voor een nieuwe activiteit in afwijking van het bestemmingsplan, vereist een nieuwe beoordeling. De beroepsgrond slaagt. Het college moet op de locatie toegesneden onderzoek doen als zij een afstand van minder dan 50 meter tussen de woningen en het gebruik voor pottenteelt aanvaardbaar acht.
Voldoet de landschappelijke inpassing?
8. Eiseres betoogt dat de landschappelijke inpassing niet voldoet aan het advies over niet-grondgebonden teelten van 19 november 2024. Dat advies is een uitwerking van beleid in de omgevingsvisie en geeft kaders voor niet-grondgebonden teelt. Eiseres wijst op een aantal vereisten uit het advies waar de landschappelijke inpassing niet aan voldoet en wijst op vereiste alternatieve inpassing zoals een haag of bosschage.
8.1.
De rechtbank stelt voorop dat het in dit geval gaat over percelen met een agrarische bestemming. Het college stelt zich terecht op het standpunt dat het college de aanvraag niet heeft kunnen toetsen aan het Advies niet-grondgebonden teelten van 19 november 2024. Het advies is namelijk niet van toepassing omdat het advies dateert van na de vergunningsaanvraag van 2021. De beroepsgrond slaagt reeds daarom niet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is gegrond omdat in het kader van het archeologisch onderzoek de oppervlakte van de bouwwerken beter gemotiveerd moet worden. Daarnaast is een locatiespecifiek onderzoek vereist, omdat twee woningen binnen 50 meter van de spuitzone liggen. Dat betekent dat de omgevingsvergunning niet in stand blijft. Omdat nader onderzoek vereist is, zal de rechtbank het college opdragen opnieuw op het bezwaar te beslissen.
9.1.
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres het griffierecht terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de omgevingsvergunning van 20 maart 2025;
  • draagt het college op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
  • draagt het college op het betaalde griffierecht van € 385,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: planregels Paraplubestemmingsplan archeologie Gemeente Buren 2023

Artikel 3 Waarde - Archeologisch Waardevol Gebied 1

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologisch Waardevol Gebied 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de op en/of in deze gronden voorkomende en aantoonbaar te verwachten archeologische waarden.

3.2 Omgevingsvergunning voor bouwen

o
3.2.1 Bouwwerken
Binnen deze bestemming is voor bouwwerken een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders nodig, tenzij:
a. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
b. het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 30 cm onder het bestaande maaiveld;
c. het nieuw te bouwen oppervlak niet groter is dan 50 vierkante meter;
d. op basis van een archeologisch onderzoeksrapport is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;
e. deze voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn.
o
3.2.2 Aanvraagvereisten
1. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 3.1 genoemde bestemming:
b. een of meerdere funderingstekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben; en
c. een of meerdere palenplannen te overleggen waaruit blijkt het aantal palen, het type/soort, de omvang/diameter, de lengte, de onderlinge afstand tussen de rijen heipalen en de wijze van aanbrengen opdat de mate van verstoring bepaald kan worden; en
d. een archeologisch onderzoeksrapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden, die kunnen worden verstoord, naar schriftelijk advies van een archeologisch deskundige, in voldoende mate zijn vastgesteld.
b. Een archeologisch onderzoeksrapport genoemd in artikel 3.2.2 lid 1c hoeft niet te worden overlegd wanneer:
c. uit een schriftelijk advies van een archeologisch deskundige blijkt dat de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologische informatie; of
d. uit een schriftelijk advies van een archeologisch deskundige blijkt dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig geschaad zullen worden door de bouwwerkzaamheden.
o
3.2.3 Beoordelingsregels
1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 3.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als:
b. uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of
c. uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundige blijkt dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig geschaad zullen worden; of
d. de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 2.1 lid 1 onder a en c en artikel 2.12 lid 1 aanhef en onder a onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), en met toepassing van artikel 3. 10 lid 1 aanhef en onder a van de Wabo.
2.Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3791 onder 7.
3.Zie de bijlage voor de planregels van Paraplubestemmingsplan archeologie Gemeente Buren 2023.
4.Zie bijvoorbeeld ABRvS 6 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2340 onder 7.6.