Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van
[eiser], uit [plaats 1], eiser
de minister van Defensie
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- Verstrekkingen van politiegegevens aan derden in de afgelopen 4 jaar;
- Ontvangers van politiegegevens in de afgelopen 4 jaar;
- De herkomst van de politiegegevens, voor zover beschikbaar.
- Verstrekkingen van politiegegevens aan derden in de afgelopen 4 jaar;
- Ontvangers van politiegegevens in de afgelopen 4 jaar;
- Periode van opslag/criteria voor bepalen bewaartermijn;
- De herkomst van de politiegegevens, voor zover beschikbaar.
De beperkte motivering van de (gedeeltelijke) weigering van het verzoek zoals deze volgt uit het besluit en aangevuld is in beroep is noodzakelijk omdat een nadere motivering tot gevolg heeft dat er alsnog informatie bekend wordt die het doel van de weigering zou ondermijnen. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat uit rechtspraak van de Afdeling blijkt dat een algemene motivering onvoldoende is. Eiser heeft in dit kader gewezen op een uitspraak van 13 juli 2022. Dit betreft echter geen vergelijkbare zaak, omdat het niet gaat om bestuurlijke rapportages en eiser bovendien met de inhoud van de geweigerde informatie niet bekend is. Ook het beroep op de uitspraak van 3 mei 2023 [13] treft geen doel. Anders dan in die zaak heeft de minister niet volstaan met een algemene motivering. De minister heeft de weigeringsgronden namelijk toegelicht in een geheime motivering welke voor de rechtbank kenbaar is.
De rechtbank is het wel met eiser eens dat uit het besluit niet duidelijk blijkt hoe de belangen van eiser zijn meegewogen en dat het zorgvuldiger was geweest als de belangen van eiser waren benoemd. Tijdens de zitting heeft de minister toegelicht dat het verzoek van eiser een duidelijke aanleiding heeft, namelijk het inreisverbod in Spanje, en dat dit is meegewogen in het besluit. Ook in de aanvullende geheime motivering is de minister ingegaan op de belangenafweging. De rechtbank volgt de minister in zijn betoog dat deze beperkte motivering van de belangenafweging noodzakelijk is omdat een nadere motivering tot gevolg heeft dat er alsnog informatie bekend wordt die het doel van de weigering zou ondermijnen. Daarbij heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat de weigering een passende en evenredige maatregel is, ook in het licht van artikel 8, tweede lid, van het EVRM en artikel 7 en 8 van het EU Handvest. Hiermee is het besluit op dit onderdeel gerepareerd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 21 december 2023;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 187,- moet vergoeden.