ECLI:NL:RBGEL:2025:10723
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.S. Gaastra
- S.A. van Hoof
- J.A.M. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke afwijzing van verzoek om inzage in persoonsgegevens op grond van de Wet Politiegegevens
In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, gedateerd 11 december 2025, wordt de gedeeltelijke afwijzing van verzoeken van eisers om inzage in hun persoonsgegevens en beantwoording van vragen op basis van de Wet Politiegegevens (Wpg) behandeld. De rechtbank heeft de onder geheimhouding overgelegde stukken zorgvuldig bestudeerd en komt tot de conclusie dat de besluiten van de korpschef op de verzoeken van eisers een motiveringsgebrek vertonen. De beroepen zijn gegrond, maar de rechtbank besluit de rechtsgevolgen van de besluiten in stand te laten, omdat de korpschef de motiveringsgebreken in beroep heeft hersteld en de verzoeken van eisers terecht gedeeltelijk heeft afgewezen.
De zaak betreft een verzoek van eiser om inzage in zijn verwerkte persoonsgegevens, naar aanleiding van een inreisverbod dat door de Spaanse autoriteiten is opgelegd. Eiser is van mening dat de onderbouwing van dit inreisverbod afkomstig is uit Nederland en vraagt om inzage in alle door de politie verwerkte persoonsgegevens. De rechtbank oordeelt dat de korpschef het verzoek gedeeltelijk heeft toegewezen en gedeeltelijk heeft afgewezen, waarbij de rechtbank de motivering van de korpschef als onvoldoende beschouwt, maar de rechtsgevolgen in stand laat. De rechtbank benadrukt dat de belangen van de nationale veiligheid en opsporing zwaarder wegen dan de belangen van eiser bij inzage in zijn gegevens.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van 7 augustus 2023, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen in stand blijven. Eiser wordt in de proceskosten veroordeeld tot een bedrag van € 2.721, en de korpschef moet het griffierecht van € 184 aan eiser vergoeden.