Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Beoordeling van het bewijs
3.De bewezenverklaring
één ofmeerdere tijdstippen in
of omstreeksde periode van 7 januari 2020 tot en met 8 maart 2021, te Kerkdriel en
/ofCuijk en
/ofAlphen en
/ofVelddriel, in elk geval in Nederland,
althans alleen,
)opzettelijk heeft geteeld
en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkten
/ofverkocht en
/ofafgeleverd
en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een
(zeer grote
)hoeveelheid van hennepplanten en/of hennepstekken en/of delen daarvan, in elk geval
(telkens
)een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl dit gepleegde feit
(mede
)betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,
/ofhennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en
/ofhennepstekken en
/ofdelen daarvan;
één ofmeerdere tijdstippen in
of omstreeksde periode van 7 januari 2020 tot en met 8 maart 2021, te Kerkdriel en
/ofCuijk en
/ofAlphen en
/ofVelddriel, in elk geval in Nederland,
(onder andere
)[naam] (geboren [geboortedatum 2] 1996) en
/of[medeverdachte] (geboren [geboortedatum 3] 1983),
en/of één of meer ander(en)welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet, terwijl hij, verdachte, leider
en/of oprichter (in die periode
)was/is geweest.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.Procesafspraken
- de verdediging zal geen (inhoudelijke) verweren voeren en zal ingediende onderzoekswensen intrekken;
- verdachte hoeft geen (nadere) (bekennende) verklaring af te leggen;
- verdachte zal de feiten en kwalificaties zoals tussen OM en verdediging vastgesteld in bijlage A niet ontkennen en geen inhoudelijk verweer voeren;
- verdachte doet schriftelijk afstand van in bijlage C benoemde inbeslaggenomen goederen;
- verdachte zal gedurende het proces in eerste aanleg geen aanhoudingsverzoeken indienen, tenzij sprake zal zijn van onvoorziene omstandigheden/acute situaties van persoonlijke aard;
- verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken en geen appel instellen als de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen verdachte/verdediging en het OM gemaakte afspraken met een marge van twee maanden hoger of lager ten aanzien van de door de rechtbank opgelegde straf;
- verdachte doet afstand van de mogelijkheid tot het doen van een verzoek tot het vorderen van schadevergoeding of vergoeding van kosten, waaronder ook begrepen kosten van rechtsbijstand, jegens de Staat der Nederlanden;
- het OM zal ter terechtzitting rekwireren tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten (conform de inhoud van bijlage A) en een strafoplegging van 14 maanden gevangenisstraf waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.
8.De overwegingen ten aanzien van straf
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 14 (veertien) maanden,
proeftijd van driejaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.