Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
1.ATN V.O.F.,
2.
PATN B.V.,
3.
ATN B.V.,
1.De procedure
2.De kern van de zaak
asbesthoudende vlakke beplating aan en in de schouw in de woonkamer”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Geldnet/Kwantum)) en daarmee de vraag of [bedrijf 4] heeft te gelden als hulppersoon in de zin van artikel 6:76 BW, geldt het volgende. [eisers] voert aan dat op het moment van het vrijgeven door [bedrijf 4] duidelijk en visueel herkenbaar asbesthoudend materiaal aanwezig was. [bedrijf 4] had de door ATN opgeleverde werkzaamheden daarom nooit goed mogen keuren. Echter, ATN heeft onweersproken aangevoerd dat ook [bedrijf 4] in het asbestverwijderingsproces geen inventariserend onderzoek doet. [bedrijf 4] diende op grond van de aan haar verstrekte opdracht een visuele inspectie te verrichten, luchtmetingen te doen en kleefmonsters te nemen. Vast staat dat [bedrijf 4] dit ook heeft gedaan. Zodoende oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming door [bedrijf 4] , zodat ATN niet jegens [eisers] aansprakelijk kan worden gehouden op grond van artikel 6:76 BW.