ECLI:NL:RBGEL:2025:10389

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
ARN 24/6279
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen verlaging maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp Wmo 2015

Eiser, bekend met COPD en visuele beperkingen, kreeg sinds 2021 huishoudelijke hulp van 300 minuten per week. De gemeente Montferland heeft per 1 september 2024 de indicatie verlaagd naar 195 minuten per week, gebaseerd op een huisbezoek en het HHM Normenkader 2019.

Eiser betoogde dat de verlaging onvoldoende rekening houdt met zijn gezondheidsproblemen, de omvang van zijn woning, en dat bepaalde taken zoals afwas en opruimen buiten de basismodule vallen. De rechtbank oordeelde dat het college terecht het normenkader toepaste, waarbij extra tijd werd toegekend voor zijn COPD en extra kamers.

De rechtbank stelde vast dat eiser zelfstandig diverse huishoudelijke taken verricht en onvoldoende onderbouwde waarom meer tijd nodig zou zijn. Ook was er geen bewijs dat hij de afwas of opruimen niet zelf kon doen. De omvang van de woning rechtvaardigde geen extra tijd boven de toegekende minuten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de huishoudelijke hulp naar 195 minuten per week wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/6279

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. K. Wevers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland, het college
(gemachtigde: H.J.C. Jonkman).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van het college om zijn maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) met ingang van 1 september 2024 te verlagen met 105 minuten per week naar 195 minuten per week. Eiser is het niet eens met de herindicatie. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Het college heeft met het besluit van 7 maart 2024 het aantal minuten hulp bij het huishouden verlaagd met 105 minuten per week naar 195 minuten per week. Deze indicatie is geldig voor onbepaalde tijd. Met het bestreden besluit van 29 juli 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het college deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

De feiten
3. Eiser is bekend met COPD en ernstige benauwdheidsklachten. Eiser is daarnaast visueel beperkt. Door de fysieke gezondheidsproblemen heeft eiser hulp nodig bij het lichte en zware huishoudelijk werk. Eiser kan niet tegen stof. Dit zorgt ervoor dat zijn hulp meer tijd moet besteden aan het goed stofvrij houden van zijn woning. De hulp komt daarom twee keer per week langs. De wasverzorging doet eiser zelfstandig.
3.1.
Eiser woont alleen in een eengezinswoning, bestaande uit een hal, woonkamer, keuken, berging, badkamer en apart toilet op de begane grond, en twee kamers, waarvan één in gebruik als slaapkamer, op de eerste verdieping.
3.2.
Eiser heeft sinds 11 oktober 2021 hulp bij het huishouden voor 300 minuten per week. De manier waarop de huishoudelijke hulp wordt vastgesteld, is per 1 oktober 2023 veranderd in de gemeente Montferland. Een Wmo-consulent van de gemeente Montferland heeft een huisbezoek afgelegd bij eiser, om de situatie van eiser opnieuw te bekijken en volgens de nieuwe richtlijn een indicatie vast te stellen.
Totstandkoming van het bestreden besluit
4. Met het besluit van 7 maart 2024 wordt met ingang van 1 september 2024 de duur van de huishoudelijke hulp aan eiser opnieuw vastgesteld op 195 minuten per week. De indicatie is geldig voor onbepaalde tijd, omdat de verwachting is dat de klachten niet zullen verbeteren. De hulp vindt twee keer per week plaats. Eiser krijgt 125 minuten per week voor volledige overname van de basis-cliëntsituatie, 60 minuten per week extra, omdat er meer dan één keer per week hulp wordt ingezet en tien minuten voor extra kamers die niet in gebruik zijn als slaapkamer. Aan het besluit ligt ten grondslag een ondersteuningsplan van 12 februari 2024.
4.1.
Met het bestreden besluit is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Aan dit besluit ligt een rapportage bezwaar en beroep van 25 juli 2024 ten grondslag.
Had het college meer tijd moeten toekennen voor het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’?
Dezelfde taken in minder tijd?
5. Eiser betoogt dat de verstrekte maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij het huishouden ontoereikend is. Het college en de Centrale Raad van Beroep (CRvB) gaan niet in op de vraag hoe met het HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 (hierna: het HHM Normenkader 2019) dezelfde taken als voorheen in fors minder tijd kunnen worden verricht. Het argument dat ‘alles niet meer zo schoon hoeft te zijn zoals vroeger’ gaat in het geval van eiser niet op, omdat hij COPD heeft.
5.1.
In de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2023 (hierna: de Beleidsregels) is opgenomen dat voor de beoordeling en onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp gebruik wordt gemaakt van het HHM Normenkader 2019. [1]
5.2.
De rechtbank oordeelt dat, zoals eiser zelf ook al in zijn beroepschrift schrijft, de CRvB heeft geoordeeld dat het HHM Normenkader 2019, voor zover dat ziet op het resultaat schoon en leefbaar huis, zowel ten aanzien van de in het normenkader opgenomen basismodule als ten aanzien van de verschillende invloedsfactoren voor meer of minder inzet, mag worden gebruikt als uitgangspunt bij het bepalen van de omvang van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp. [2] Het college heeft het betreffende normenkader daarom mogen toepassen. Met de COPD-problematiek van eiser is door het college rekening gehouden door een tweede zorgmoment en, daarmee verband houdend, 60 minuten extra hulp per week toe te kennen. De beroepsgrond slaagt niet.
Is de basismodule passend voor de situatie van eiser?
6. Eiser betoogt dat niet is onderzocht of de basismodule voor hem passend is in die zin dat basistaken gedaan kunnen worden in de basistijd. In het geval van eiser ontbreekt ‘eigen kracht’, maar er is niet onderzocht welke gevolgen dit heeft voor het passend zijn van de basismodule.
6.1.
De rechtbank oordeelt dat deze beroepsgrond niet slaagt. De rechtbank stelt vast dat het college een huisbezoek heeft verricht en onderzoek heeft gedaan naar onder meer de hulpvraag en eigen kracht van eiser. Bijzondere omstandigheden waardoor de basismodule niet passend zou zijn, zijn niet gesteld en de rechtbank ook niet gebleken. Uit het onderzoeksverslag blijkt juist dat eiser zelfstandig dingen kan uitvoeren, hetgeen niet door eiser is betwist. Eiser heeft geen omstandigheden naar voren gebracht of anderszins onderbouwd waarom de basismodule in zijn geval niet passend zou zijn. Dat eiser bekend is met COPD is op zichzelf geen reden om het HHM Normenkader 2019 niet passend te achten. COPD is een omstandigheid waardoor volgens het betreffende normenkader extra inzet moet worden geïndiceerd. Het college heeft hier rekening mee gehouden door het toekennen van 60 minuten extra voor een extra schoonmaakmoment in de week.
Extra minuten huishoudelijke hulp voor de afwas en het opruimen?
7. Eiser stelt dat het college ten onrechte geen (extra) tijd heeft toegekend voor de afwas en het opruimen. Dit valt namelijk buiten de basismodule. Het college heeft geen concreet onderzoek gedaan of eiser dit zelf kan.
7.1.
De rechtbank oordeelt dat, hoewel eiser terecht stelt dat het doen van de afwas niet valt onder de basismodule, deze valt namelijk onder het resultaat ‘maaltijden’, dit eiser niet baat. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich terecht op standpunt gesteld, dat niet is gebleken dat eiser deze taken (de afwas en het opruimen) niet zelfstandig kan verrichten. Uit het ondersteuningsplan van 12 februari 2024 blijkt dat eiser in staat is tot het zelfstandig verrichten van diverse (huishoudelijke) activiteiten en zelfzorg, zoals het doen van boodschappen, opstaan, douchen, aankleden, de was, autorijden, af en toe koken en klaarmaken van de broodmaaltijd. Dit is door eiser niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college hieruit kunnen afleiden dat eiser ook in staat moet worden geacht om zelf op te ruimen, voor zover dat niet onder de basismodule valt, en de afwas te doen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit het ondersteuningsplan niet blijkt dat eiser heeft aangegeven dat hij de afwas of het opruimen niet zelf kan doen en ook geen (medische) informatie heeft overgelegd, waaruit dit kan worden afgeleid. De rechtbank is daarom van oordeel dat het college heeft mogen besluiten om geen extra tijd toe te kennen voor deze taken.
Heeft eiser recht op meer minuten huishoudelijke hulp vanwege de omvang van de woning?
8. Eiser voert verder aan dat het college meer tijd had moeten toekennen vanwege de omvang van zijn woning. De basismodule uit het HHM Normenkader 2019 is niet passend vanwege de omvang van de woning van eiser. De oppervlakte van zijn woning (100 m²) overstijgt ver de gemiddelde omvang van een woning in Utrecht (63 m²), waar het KPMG- en het HHM-onderzoek voornamelijk heeft plaatsgevonden en waaruit het HHM Normenkader 2019 tot stand is gekomen. Vanwege de grootte van de woning van eiser zou vijftien minuten per week extra tijd moeten worden toegekend.
8.1.
De rechtbank oordeelt dat deze – eerst in beroep aangevoerde grond – niet slaagt. Het HHM Normenkader 2019 voorziet in een basismodule in uren/minuten per jaar voor het resultaat schoon en leefbaar huis. Bureau HHM heeft de normtijden in het HHM Normenkader 2019 gebaseerd op een bundeling van verschillende onderzoeken naar nieuwe actuele maatstaven voor huishoudelijke hulp die in de voorliggende jaren zijn uitgevoerd voor verschillenden gemeenten. Het HHM Normenkader 2019 is dus niet alleen gebaseerd op de gemiddelde omvang van een woning in Utrecht. In het HHM Normenkader 2019 staan verschillende invloedsfactoren benoemd die maken dat inzet van meer of minder ondersteuningstijd nodig is. [3] Een grotere woning kan, maar hoeft niet persé meer inzet te vragen. Het college is uitgegaan van de basis-cliëntsituatie die volgt uit het HHM Normenkader 2019. Het normenkader gaat uit van een woning met een hal, woonkamer, keuken, badkamer met toilet, indien aanwezig een tweede toilet en een slaapkamer. Vervolgens heeft het college conform het HHM Normenkader 2019 voor de twee extra kamers in het huis van eiser vijf minuten per kamer per week extra toegekend. Eiser heeft geen onderbouwing gegeven waaruit blijkt dat, gelet op de omvang van zijn woning, (nog) meer tijd moet worden toegekend.

Conclusie en gevolgen

9. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep niet slaagt. Eiser krijgt geen gelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Ook bestaat er geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie paragraaf 6.1, onder ‘wijze van indiceren en financieren’, van de Beleidsregels.
2.Uitspraak van de CRvB van 13 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2023:2470.
3.HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019, p. 19-22.