ECLI:NL:RBGEL:2025:10312

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
C/05/454749 / FA RK 25-2525
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor verhuizing en inschrijving op school in een familierechtelijke procedure

In deze zaak heeft de rechtbank Gelderland op 2 december 2025 een beschikking gegeven in een familierechtelijke procedure. De moeder verzocht om vervangende toestemming om met haar twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2], te verhuizen naar [nieuwe woonplaats] en om hen in te schrijven op respectievelijk een middelbare school en een basisschool in die nieuwe woonplaats. De rechtbank heeft vastgesteld dat de moeder de noodzaak van de verhuizing voldoende heeft onderbouwd en dat de verhuizing geen negatieve gevolgen zal hebben voor de bestaande zorgregeling. De vader heeft verweer gevoerd tegen de verzoeken van de moeder, maar de rechtbank oordeelde dat de belangen van de kinderen bij de verhuizing zwaarder wegen dan de bezwaren van de vader. De rechtbank heeft ook overwogen dat de communicatie tussen de ouders niet optimaal is, maar dat dit geen belemmering vormt voor de verhuizing. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd om het verzoek van de moeder toe te wijzen, wat de rechtbank heeft gevolgd. De rechtbank heeft de moeder vervangende toestemming verleend voor zowel de verhuizing als de inschrijving van de kinderen op school, en heeft de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/454749 / FA RK 25-2525
Datum uitspraak: 2 december 2025
beschikking ex artikel 1:253a BW
in de zaak van
[naam moeder](hierna: de moeder),
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. R. Westendorp-Hertgers te Deventer ,
tegen
[naam vader](hierna: de vader),
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. A.F.J. Huijgens te Apeldoorn.
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[naam partner moeder](hierna: de partner van de moeder),
Wonende te [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift ingekomen bij de griffie op 14 juli 2025;
- het aanvullende verzoek met bijlagen van mr. R. Westendorp-Hertgers van 16 november 2025;
- het F9-formulier met bijlagen van mr. R. Westendorp-Hertgers van 17 november 2025;
- het verweerschrift van mr. A.F.J. Huijgens, overhandigd tijdens de mondelinge behandeling van 20 november 2025;
- de pleitnota van mr. R. Westendorp-Hertgers, overhandigd tijdens de mondelinge behandeling van 20 november 2025.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling van 20 november 2025 zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. R. Westendorp-Hertgers;
- de vader, bijgestaan door mr. A.F.J. Huijgens;
- de partner van de moeder;
- een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
1.3.
De rechtbank heeft bijzondere toegang tot de mondelinge behandeling verleend aan de heer [naam 1] , de ambulant begeleider van de vader, werkzaam bij ZorgPlus.
1.4.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft op 10 november 2025 haar mening over het verzoek aan de kinderrechter gegeven. Ook de minderjarige [minderjarige 2] is in de gelegenheid gesteld zijn mening over het verzoek aan de kinderrechter te geven. Hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Uit de relatie tussen de ouders zijn geboren de minderjarige kinderen:
  • [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] ;
  • [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] .
2.2.
De vader heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erkend.
2.3.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.
2.4.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] staan in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven op het adres van de moeder.
2.5.
Bij beschikking van deze rechtbank van 13 oktober 2020 is een regeling voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) vastgesteld die inhoudt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader verblijven:
  • de komende twee maanden om het weekend van zaterdag 09.30 uur tot zondag 18.00 uur (het weekend van 24 en 25 oktober, 7 en 8 november, 21 en 22 november en 5 en 6 december);
  • de daaropvolgende twee maanden het ene weekend van zaterdag 09.30 uur tot zondag 18.00 uur (het weekend van 2 en 3 januari 2021, 30 en 31 januari 2021 en 27 en 28 februari 2021) en het andere weekend van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.00 uur (het weekend van 18 t/m 20 december, 15 t/m 17 januari 2021 en 12 t/m 14 februari 2021);
  • daarna om het weekend van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.00 uur;
  • de helft van de feestdagen in de kerstvakantie 2020 en daarna de helft van de vakanties, met uitzondering van de zomervakantie 2021 waarbij de kinderen in de derde en vierde week bij de vader zullen zijn. In de even jaren mag de moeder haar eerste voorkeur opgeven voor (welke helft van) de vakanties in de maand januari en in de oneven jaren de vader;
  • op Vaderdag en zijn verjaardag;
  • de verjaardagen van de kinderen zullen in overleg gevierd worden.
2.6.
Uit het geregistreerd partnerschap van de moeder en haar partner is geboren het minderjarige kind:
 [naam minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats] .

3.Het (aanvullende) verzoek

3.1.
De moeder verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. aan haar vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar [nieuwe woonplaats] (‘ [wijk] ’ en ‘ [wijk] ’) te verhuizen met ingang van 1 juli 2026;
II. aan haar vervangende toestemming te verlenen, de toestemming van de vader vervangend, om [minderjarige 1] in te schrijven op één van de volgende middelbare scholen: [naam school] , dan wel [naam school] , dan wel [naam school] te [nieuwe woonplaats] ;
III. aan haar vervangende toestemming te verlenen, de toestemming van de vader vervangend, om [minderjarige 2] in te schrijven op de volgende basisscholen: [naam school] , dan wel [naam school] , dan wel [naam school] te [nieuwe woonplaats] en hem in te schrijven op de buitenschoolse opvang die is aangesloten bij de betreffende school.

4.Het verweer

4.1.
De vader concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van de moeder in haar verzoeken, althans tot afwijzing, dan wel ontzegging daarvan en vraagt de rechtbank subsidiair om de kinderen te doen horen al dan niet na een raadsonderzoek, onder aanwijzing van een bijzondere curator.

5.Het standpunt van de Raad

5.1.
Na enige twijfel adviseert de Raad de rechtbank om het verzoek van de moeder toe te wijzen. Hoewel kinderen het veelal vervelend vinden om te verhuizen, kunnen zij zich doorgaans goed aanpassen. De tussen de ouders overeengekomen zorgregeling kan bovendien gehandhaafd blijven en de moeder heeft de voorgenomen verhuizing wat de Raad betreft zorgvuldig voorbereid en doordacht. Daar komt bij dat de kinderen inmiddels al langdurig een gezin vormen met de moeder, haar partner en [minderjarige 3] . Het is volgens de Raad belangrijk dat die situatie stabiel blijft. Voor zover de rechtbank daar behoefte aan heeft, is de zittingsvertegenwoordigster van de Raad bereid om een verkort raadsonderzoek te verrichten, hetgeen inhoudt dat zij met (uitsluitend) de kinderen zal gaan praten en daarover zal rapporteren aan de rechtbank.

6.De beoordeling

Vervangende toestemming verhuizing
6.1.
Bij de beantwoording van de vraag of de moeder toestemming dient te krijgen om met de kinderen naar [nieuwe woonplaats] te verhuizen, moeten alle betrokken belangen in acht worden genomen. De belangen van de kinderen zijn daarbij een eerste overweging. Dit neemt niet weg dat, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen (Hoge Raad 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901).
6.2.
Volgens vaste rechtspraak worden door de rechtbank – onder meer – de volgende omstandigheden en belangen meegenomen/afgewogen:
  • de noodzaak om te verhuizen;
  • de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
  • de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor het kind en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
  • de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie in overleg;
  • de rechten van de andere ouder en het kind op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
  • de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
  • de frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder voor en na de verhuizing;
  • de leeftijd van het kind, zijn/haar mening en de mate waarin het kind geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen;
  • de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
6.3.
Als uitgangspunt geldt dat een ouder bij wie de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben in beginsel de gelegenheid dient te krijgen om met de kinderen elders een gezinsleven en een toekomst op te bouwen indien de omstandigheden van het geval, na een belangenafweging zoals hiervoor genoemd, een dergelijke beslissing ook rechtvaardigen.
6.4.
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt, waarbij de rechtbank de bovengenoemde criteria tezamen bij haar beoordeling betrekt.
6.5.
De rechtbank is van oordeel dat de moeder de noodzaak van de verhuizing voldoende heeft onderbouwd. De kinderen verblijven al een groot deel van hun leven hoofdzakelijk bij de moeder. De moeder is de hoofdopvoeder van de kinderen en er is al jarenlang sprake van een enigszins beperkte zorgregeling met de vader. Sinds 2021 hebben de moeder en de kinderen met de (geregistreerde) partner van de moeder een gezin gevormd. Dit gezin is op [geboortedatum] 2022 uitgebreid met de komst van (half)broertje [minderjarige 3] . De kinderen gedijen goed bij deze gezinssituatie. De rechtbank is het dan ook met de Raad eens dat het belang van de kinderen erbij is gediend dat de huidige stabiele gezinssituatie gecontinueerd wordt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder voldoende onderbouwd dat wanneer zij geen vervangende toestemming krijgt om met de kinderen te verhuizen, het gezin op korte termijn uiteen zal vallen omdat haar partner vanwege zijn gezondheid genoodzaakt is alleen (terug) te verhuizen naar [nieuwe woonplaats] . De partner van de moeder lijdt aan ernstig nierfalen en heeft een dermate laag energieniveau dat heen en weer reizen van zijn huidige woonplaats [woonplaats] , naar zijn (deels) eigen onderneming in [nieuwe woonplaats] niet langer verantwoord is. Het verplaatsen van de onderneming van de partner van de moeder is geen optie, want er zijn drie medewerkers in dienst en ook de klanten zijn voornamelijk gevestigd in [nieuwe woonplaats] en omstreken.
6.6.
Hoewel het voor de rechtbank invoelbaar is dat de vader moeite heeft met de voorgenomen verhuizing van de moeder en de kinderen naar [nieuwe woonplaats] , zijn de gevolgen van de verhuizing voor de vader beperkt. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven volgens de geldende zorgregeling om het weekend van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader, waarbij de kinderen op vrijdag door de moeder (of haar partner) bij de vader worden gebracht en op zondag door de vader worden teruggebracht bij de moeder. De verhuizing zal hierin geen verandering brengen, behoudens voor wat betreft het halen en brengen. Om de gevolgen van de verhuizing voor de vader te compenseren heeft de moeder zich namelijk bereid verklaard om het halen en brengen van de kinderen volledig voor haar rekening te nemen. Voor het overige is het evenwel voor de hand liggend dat de kinderen na de verhuizing in [nieuwe woonplaats] of omstreken zullen gaan sporten, maar ook dat staat gelet op de aard van de sporten die de kinderen beoefenen ( [minderjarige 1] zit op turnen en [minderjarige 2] op judo) niet aan uitvoering van de zorgregeling in de weg. Beide kinderen hebben slechts een paar keer per jaar een sportwedstrijd. Dat er buiten de geldende zorgregeling gemiddeld twee keer per week contact tussen de vader en de kinderen plaatsvindt, waarbij de kinderen bij de vader eten is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gesteld of gebleken. Zowel de moeder, als [minderjarige 1] hebben verklaard dat er buiten de geldende zorgregeling om slechts sporadisch (fysiek) contact tussen de vader en de kinderen plaatsvindt. Ook de kennelijke wens van de vader om de zorgregeling in de (nabije) toekomst uit te breiden maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Het belang van de kinderen bij een eventuele uitbreiding van de zorgregeling is onduidelijk en een uitbreiding van de zorgregeling ligt in deze procedure ook niet aan de rechtbank voor.
6.7.
Naast het voorgaande, neemt de rechtbank in aanmerking dat de moeder de verhuizing goed heeft doordacht en voorbereid. Uit de stukken en wat er is besproken tijdens de mondelinge behandeling is het de rechtbank gebleken dat de moeder al in januari 2025 aan de vader kenbaar heeft gemaakt dat zij en haar partner zich aan het oriënteren zijn op een verhuizing naar [nieuwe woonplaats] . Daarnaast heeft de moeder ter voorbereiding op de schoolgang van de kinderen al enkele scholen bezocht. De moeder heeft de vader hier ook bij betrokken door hem daarover updates te geven. Verder heeft de moeder goed nagedacht over het moment van de verhuizing. Zo is zij van plan om in de zomervakantie van 2026 te verhuizen, zodat de overgang van [woonplaats] naar [nieuwe woonplaats] voor de kinderen zo vloeiend mogelijk verloopt. Dit betekent namelijk dat [minderjarige 1] de basisschool kan afmaken in [woonplaats] en dat [minderjarige 2] na de zomervakantie in [nieuwe woonplaats] kan starten in de bovenbouw.
6.8.
Voor wat betreft de communicatie tussen de ouders is gebleken dat dit niet optimaal verloopt. Naar het oordeel van de rechtbank vormt dit echter geen contra-indicatie voor de verhuizing. Dit te meer omdat tijdens de mondelinge behandeling door en namens de vader is verklaard dat hij de communicatie met de moeder over de gezamenlijke gezagsuitoefening als voldoende ervaart.
6.9.
Ter zitting heeft de Raad nog voorgesteld om een verkort onderzoek te starten om met de kinderen in gesprek te gaan. De rechtbank maakt hier geen gebruik van. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn allebei uitgenodigd om hun mening over de verzoeken van de moeder te geven en [minderjarige 1] heeft dit ook gedaan tijdens een kindgesprek. Zij heeft geen weerstand tegen de verhuizing. [minderjarige 2] had geen behoefte aan een gesprek met de rechter, maar de moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht hoe [minderjarige 2] tegen de voorgenomen verhuizing aankijkt. Op basis van de stukken, de mondelinge behandeling en het gesprek met [minderjarige 1] acht de rechtbank zich voldoende geïnformeerd. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om een bijzondere curator te benoemen, zoals de vader heeft gevraagd. De vader heeft de noodzaak daarvan ook niet nader onderbouwd.
6.10.
Concluderend is de rechtbank van oordeel dat het belang van de moeder om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verhuizen naar [nieuwe woonplaats] zwaarder weegt dan het belang van de vader bij het weigeren van de gevraagde vervangende toestemming.
Vervangende toestemming inschrijving school
6.11.
Aangezien de moeder toestemming krijgt om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verhuizen naar [nieuwe woonplaats] en de vader geen verweer heeft gevoerd tegen de door de moeder ingediende verzoeken om vervangende toestemming voor de inschrijving van de kinderen op school en de BSO, zal de rechtbank de moeder vervangende toestemming verlenen zoals verzocht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de moeder – door verschillende scholen in haar verzoek op te nemen – heeft laten zien dat zij het belang van de kinderen voorop zet door de kinderen uiteindelijk in te schrijven op een school die het meest passend is op basis van onderwijsniveau en daadwerkelijke woonplek.

7.De beslissing

De rechtbank
7.1.
verleent de moeder vervangende toestemming om met de kinderen:
  • [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ;
  • [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ;
te verhuizen naar [nieuwe woonplaats] (‘ [wijk] ’ en ‘ [wijk] ’) met ingang van 1 juli 2026;
7.2.
verleent de moeder vervangende toestemming om [minderjarige 1] met ingang van het schooljaar 2026/2027 in te schrijven op één van de volgende middelbare scholen: [naam school] , [naam school] of [naam school] te [nieuwe woonplaats] ;
7.3.
verleent de moeder vervangende toestemming om [minderjarige 2] met ingang van het schooljaar 2026/2027 in te schrijven op de volgende basisscholen: [naam school] , [naam school] , of [naam school] te [nieuwe woonplaats] en hem in te schrijven op de buitenschoolse opvang die is aangesloten bij de betreffende school;
7.4.
verklaart de onder 7.1. t/m 7.3 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;
7.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.S. van Nijen, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. ter Brugge-Beuker als griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.