ECLI:NL:RBGEL:2025:10088

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
05-154727-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet met betrekking tot cocaïne, inclusief onrechtmatige fouillering en observatie

Op 24 november 2025 heeft de politierechter in de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van meerdere overtredingen van de Opiumwet. De zaak betrof het opzettelijk vervoeren, verkopen en voorbereiden van cocaïne in de periode van 30 november 2024 tot en met 12 februari 2025. De verdachte werd geconfronteerd met drie parketnummers, waarbij de tenlastelegging onder andere bestond uit het bezit van 2,25 gram cocaïne, 60,53 gram cocaïne, en 7,54 gram cocaïne, alsook het voorhanden hebben van contant geld en een telefoon met drugsgerelateerde inhoud. De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden vanwege onrechtmatige fouillering en stelselmatige observatie van de verdachte. De politierechter oordeelde echter dat er geen sprake was van ernstige inbreuken op de procesorde en verwierp het verweer. De verdachte werd schuldig bevonden aan de tenlastegelegde feiten en kreeg een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast werd een gedeeltelijke verbeurdverklaring van contante geldbedragen en een telefoon opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.154727.25, 05.206724.25 en 05.207133.25 (gev. ttz)
Datum uitspraak : 24 november 2025
Tegenspraak
vonnis van de politierechter
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. D.A.J. Spierings, advocaat in Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Ten aanzien van parketnummer 05.154727.25

1.hij op of omstreeks 30 november 2024 te Nunspeet,althans in Nederland opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,25 gram cocaïne,althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3.3.hij, op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 december 2024 tot en met 12 februari 2025 te Harderwijk,althans in Nederland (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Ten aanzien van parketnummer 05.207133.25
1.
hij op of omstreeks 16 april 2025 te Nijkerk en/of Putten, althans in Nederland om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of
vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van cocaïne,
in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten:
- ongeveer 7,54 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,
- contant geldbedrag van 1220 euro, althans enig geldbedrag,
- een (mobiele) telefoon met hierop drugsgerelateerde berichten en/of zoekopdrachten en/of
afbeeldingen van een of meerdere ponypacks,
- een vervoermiddel, zijnde een personenauto van het merk blauwe Seat Ibiza voorzien van het
kenteken [kenteken] .
2.
hij op of omstreeks 16 april 2025 te Nijkerk en/of Putten, althans in Nederland opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 7,54 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Ten aanzien van parketnummer 05.206724.25hij op of omstreeks 26 april 2025 te Harderwijk
,althans in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 9,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat geen sprake is geweest van een eerlijk proces. Zij stelt dat een drietal gebreken kleeft aan het recht op een eerlijk proces van verdachte. Verdachte is stelselmatig geobserveerd zonder de daartoe vereiste wettelijke grondslag. Uit de diverse procesdossiers blijkt dat verdachte is geobserveerd op 30 november 2024, 15 december 2024, 10 januari 2025, 8 februari 2025, 12 februari 2025, 16 april 2025 en op 26 april 2025. Daarnaast zou verdachte op 30 november 2024 en 26 april 2025 onrechtmatig zijn gefouilleerd. Tot slot ontbreekt in het dossier ten aanzien van het feit van 26 april 2025 (parketnummer 05.206724.25) een foto van de speekseltest en zijn de processen-verbaal onvolledig. Deze vormverzuimen in samenhang bezien maken dat het recht op een eerlijk proces is geschonden. De raadsvrouw betoogt subsidiair dat alle resultaten van de onrechtmatige observatie en fouillering dienen te worden uitgesloten van het bewijs waarna vrijspraak wegens gebrek aan bewijs dient te volgen voor alle feiten behalve het bezit van 7,54 gram cocaïne op 16 april 2025.
Beoordeling door de politierechter
Voor niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging is slechts plaats indien opsporingsambtenaren of het openbaar ministerie een ernstige inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Dat daarvan sprake is dient volgens vaste jurisprudentie niet licht te worden aangenomen.
De vraag die eerst beantwoord moet worden, is of sprake is van een of meerdere vormverzuimen. Onder een vormverzuim wordt verstaan het niet naleven van strafprocesrechtelijke geschreven en ongeschreven vormvoorschriften (HR 30 maart 2004, NJ 2004/376).
Stelselmatige observatie
Van stelselmatige observatie in de zin van artikel 126g Wetboek van Strafvordering (Sv) is sprake als de observaties in verband met de plaats waar zij zijn uitgevoerd, de duur, het doel, de intensiteit en frequentie daarvan, alsmede het gebruik van technische hulpmiddelen, geschikt zijn om een min of meer compleet beeld te verkrijgen van bepaalde aspecten van het persoonlijke leven van een verdachte. Als dat niet het geval is, dan kan de met het observeren samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte als zo beperkt worden beschouwd, dat de algemene taakomschrijving van de politie, neergelegd in artikel 3 van de Politiewet en de artikelen 141 en 142 Sv, daarvoor voldoende legitimatie biedt (ECLI:NL:HR:2018:2050 en ECLI:NL:HR:2012:BW9338).
Uit het dossier behorende bij parketnummer 05.154727.25 volgt dat de politie op 30 november 2024 verdachte vanaf 18:40 heeft gevolgd en hem om 19:27 heeft aangehouden op heterdaad voor het verkopen van harddrugs. Uit een sfeer proces-verbaal van 13 februari 2025 over verdachte in relatie tot drugs gerelateerde situaties volgt dat verdachte op 15 december 2024 is aangehouden op verdenking van handel in harddrugs. Op 10 januari 2025 is hij meermaals in zijn voertuig gezien, reed hij een onlogische route en maakte hij meerdere korte stops. Op 8 februari 2025 is een korte stop gezien van verdachte bij een bekende afnemer maar is er geen actie ondernomen vanwege een later in de week geplande actie tegen verdachte, een datum voor die geplande actie wordt niet genoemd. Op 12 februari 2025 waren verbalisanten bezig met een onopvallende surveillance gericht op de bestrijding van drugscriminaliteit. Om 13:30 zagen de verbalisanten verdachte rijden in Putten en besloten hem te volgen maar verloren hem om 13:45 uit het oog. Om 16:30 zagen de verbalisanten verdachte weer rijden en volgden hem opnieuw. Zij hielden verdachte uiteindelijk om 18:24 aan op verdenking van handel in cocaïne.
De raadsvrouw heeft ten aanzien van 16 en 26 april 2025 niet nader onderbouwd waarom toen sprake zou zijn van (stelselmatig) observeren. De aanhouding op 15 december 2024 ziet op een ander onderzoek tegen verdachte zodat ten aanzien daarvan geen sprake kan zijn van een vormverzuim in het kader van het voorbereidend onderzoek naar de onderhavige feiten zoals tenlastegelegd. Nu de datum van de geplande actie niet uit het dossier volgt en het op 12 februari 2025 gelet op de beschrijving door de verbalisanten om een algemene actie ter bestrijding van drugscriminaliteit ging waarbij zij verdachte zien rijden, volgt de politierechter de raadsvrouw niet in haar stelling dat de geplande actie op 12 februari 2025 heeft plaatsgevonden en dat daarvoor een bevel van de officier van justitie nodig was. Van de activiteiten op 10 januari 2025 en 8 februari 2025 is niet duidelijk of zij vallen binnen het kader van dit voorbereidend onderzoek, als bedoeld in artikel 359a Sv. Wat daar ook van zij, het gaat om het enkele uren vanaf de openbare weg registreren van gedragingen van verdachte die voor iedereen waarneembaar zijn. De politierechter is van oordeel dat de activiteiten op 30 november 2024, 10 januari 2025, 8 februari 2025 en 12 februari 2025 gelet op de beperkte duur, intensiteit en frequentie daarvan niet geschikt zijn geweest om van bepaalde aspecten van het persoonlijke leven van verdachte een min of meer compleet beeld te verkrijgen. De politierechter is dan ook van oordeel dat geen sprake is geweest van de stelselmatige observatie van verdachte waarvoor een bevel van de officier van justitie nodig was.
Onrechtmatig fouilleren
30 november 2024
Uit het proces-verbaal PL0600-2024563015-8 behorende bij parketnummer 05.154727.25 volgt dat verdachte op 30 november 2024 om 19:27 is aangehouden op heterdaad voor het verkopen van harddrugs nadat de politie een kort contact tussen verdachte en getuige [getuige] heeft waargenomen en de getuige kort daarna heeft verklaard dat hij net bij verdachte drie ponypacks had gekocht. Verbalisant [verbalisant] schrijft vervolgens op dat: “De voor mij ernstige bezwaren waren de zojuist overhandigde drugs aan mij, korte contact met de verdachte en het (rij)gedrag van de verdachte. Dit alles is mij ambtshalve bekend als mogelijk dealgedrag.” Uit het proces-verbaal van voorgeleiding na aanhouding volgt dat verdachte diezelfde dag om 19:47 is voorgeleid aan de hulpofficier van justitie, omdat hij werd verdacht van “handel/vervoer stof lijst I en bezit, strafbaar gesteld bij artikel 2/B en 2/C Opiumwet, artikel 10/4 Opiumwet, gepleegd te Nunspeet op 30 november 2024”, en hij heeft voorts het bevel tot ophouden voor onderzoek afgegeven. Uit het proces-verbaal van bevindingen met het nummer PL0600-2024563015-9 volgt dat aan verdachte was medegedeeld dat hij op basis van artikel 56 Sv gefouilleerd zou worden. De verbalisant die de fouillering uitvoerde gaf bij verdachte aan dat hij al zijn kleding uit moest doen. Verdachte liet zijn broek op de grond vallen en gooide zijn beide sokken op de grond. De verbalisant trof één wikkel in de ene sok aan en twee wikkels in de andere sok en nam die in beslag.
De politierechter is van oordeel dat geen sprake is geweest van een onrechtmatige fouillering op 30 november 2024. De grondslag van de fouillering en daarmee de toestemming was duidelijk voor verdachte en is ook geverbaliseerd. Dat deze toestemming niet is opgenomen in het proces-verbaal van voorgeleiding maakt dit niet anders. De ernstige bezwaren die de hulpofficier heeft aangenomen volgen niet uit enig proces-verbaal maar volgen wel duidelijk uit het dossier: verdachte wordt op heterdaad aangehouden, nadat de getuige heeft verklaard net daarvoor drie ponypacks te hebben gekocht van verdachte. De politierechter is met de raadsvrouw eens dat dit duidelijker geverbaliseerd had kunnen worden, maar dit maakt nog niet dat de fouillering onrechtmatig is dan wel dat sprake is van het niet naleven van enig strafprocesrechtelijk geschreven of ongeschreven vormvoorschrift.
26 april 2025
Uit het proces-verbaal van aanhouding (parketnummer 05-206724-25) volgt dat een motoragent verdachte zag rijden op 26 april 2025 op de [straat] in Harderwijk. De [straat] is een straat waarvan bekend is bij de verbalisant dat daar meerdere mensen wonen die verslaafd zijn aan drugs en verdachte is hier al meerdere keren gezien waarbij hij een kort contact had met onbekend gebleven personen. Verdachte is bij de verbalisant ambtshalve bekend als een persoon die handelt in drugs, namelijk cocaïne. Ook weet de verbalisant dat verdachte op 30 november 2024 en 16 april 2025 is aangehouden, en in beide gevallen zijn meerdere wikkels cocaïne en grote(re) contante geldbedragen bij verdachte aangetroffen. Op 16 april 2025 is verdachte in eerste instantie aangehouden op verdenking van rijden onder invloed. De verbalisant zag vervolgens dat verdachte zijn auto parkeerde in een parkeervak op de [straat] . De verbalisant zag dat de verdachte hem niet zag en dat verdachte druk bezig was om iets uit zijn broek te pakken en dat hij erg druk aan het bewegen was. De verbalisant is naar verdachte toegereden, vroeg hem zijn kentekenbewijs en zag, toen verdachte zijn tasje opende, dat er meerdere briefjes van 50 euro in de tas zaten. Zodra een andere eenheid ter plaatse was, werd een speekseltest afgenomen die positief uitsloeg op amfetamine. Verdachte is aangehouden op verdenking van rijden onder invloed en is vervolgens overgebracht naar het politiebureau. Hier is verdachte voorgeleid aan de hulpofficier op verdenking van het overtreden van de Opiumwet en rijden onder invloed, waarna het bevel tot ophouden voor onderzoek is afgegeven. Uit het proces-verbaal van aanhouding volgt dat op het politiebureau een insluitingsfouillering heeft plaatsgevonden en dat op last van de hulpofficier verdachte zijn onderbroek moest laten zakken om te controleren of hij geen drugs in zijn onderbroek had zitten. Zij hadden, gezien het bovenstaande, ernstige bezwaren dat hij drugs in zijn onderbroek zou hebben. Toen verdachte zijn onderbroek tot kniehoogte liet zakken, vielen er twee pakketjes op de grond. Dit betrof plastic en in het plastic zaten meerdere wikkels.
De politierechter is van oordeel dat geen sprake is geweest van een onrechtmatige fouillering op 26 april 2025. De grondslag van de fouillering is weliswaar niet genoemd in enig proces-verbaal, echter de toestemming en de ernstige bezwaren volgen wel uit het proces-verbaal van aanhouding. De eerdere aanhoudingen en het gedrag van verdachte direct voor de aanhouding, waarbij hij druk bezig was om iets uit zijn broek te pakken en erg druk aan het bewegen was, maken dat de hulpofficier in het belang van het onderzoek kon bepalen dat verdachte aan zijn kleding moest worden onderzocht. Ook hier is de politierechter met de raadsvrouw eens dat dit duidelijker geverbaliseerd had kunnen worden, maar dit maakt nog niet dat de fouillering onrechtmatig is dan wel dat sprake is van het niet naleven van enig strafprocesrechtelijk geschreven of ongeschreven vormvoorschrift.
Ontbreken foto speekseltest en onvolledige processen-verbaal 26 april 2025
Het dossier dat ziet op 26 april 2025 bevat, in tegenstelling tot het dossier dat ziet op 16 april 2025, geen foto van de uitslag van de bij verdachte afgenomen speekseltest. Verbalisant [verbalisant] , die verdachte zag rijden, was alleen op de motor en heeft vervolgens assistentie van een andere eenheid gevraagd voor hij de speekseltest bij verdachte afnam. Het proces-verbaal van aanhouding is niet mede ondertekend door deze twee collega’s. De politierechter volgt de raadsvrouw niet in haar betoog dat hiermee enig vormvoorschrift geschonden zou zijn, hetgeen de raadsvrouw ook niet nader heeft gespecificeerd.
Conclusie
De politierechter is van oordeel dat geen sprake is van een (of meerdere) vormverzuim(en), die voorts onherstelbaar zijn in de zin van artikel 359a Sv waaraan het gevolg van de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie dan wel het gevolg van bewijsuitsluiting dient te worden verbonden, zodat het verweer wordt verworpen.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte ten aanzien van feit 2 van 05.154727.25 partieel vrijgesproken moet worden van het vervoer dan wel het voorhanden hebben van 2,25 gram cocaïne wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Voor het overige kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten bij gebrek aan rechtmatig verkregen bewijs, met uitzondering van feit 2 van parketnummer 05.207133.25, te weten het bezit van 7,54 gram cocaïne.
Beoordeling door de politierechter
Ten aanzien van parketnummer 05.154727.25 [1]
Feit 1: 2,25 gram cocaïne op 30 november 2024
Op 30 november 2024 zagen verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] een Opel Astra met het kenteken [kenteken] rijden die op naam van verdachte staat geregistreerd. Toen de auto parkeerde en de bestuurder uitstapte, herkende [verbalisant] hem als verdachte. Verbalisanten zagen dat verdachte zijn auto achterwaarts inparkeerde tegenover een woning aan de [adres] in Nunspeet. [2] Verbalisant [verbalisant] is uitgestapt, naar de auto toe gelopen en zag dat een oudere kalende man aan de passagierskant instapte van deze auto. Na ongeveer drie minuten zag [verbalisant] dat deze oudere man uitstapte en wegliep. [verbalisant] is hem gevolgd en heeft hem buiten het zicht van verdachte staande gehouden. Het betrof [getuige] . [3] [verbalisant] hoorde desgevraagd van [getuige] dat hij net drie witte envelopjes met cocaïne had gekocht bij de bestuurder van de auto. [4] De stoffen uit de aangetroffen envelopjes zijn positief getest op cocaïne, 2,25 gram. [5]
Op de witte envelopjes die bij [getuige] zijn aangetroffen waren met een blauwe pen twee korte streepjes, bijna puntjes, naast elkaar gezet. [6]
De politierechter acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 30 november 2024 in Nunspeet opzettelijk 2,25 gram cocaïne heeft vervoerd, afgeleverd en verkocht.
Feit 2: 60,53 gram cocaïne op 30 november 2024
Bij de fouillering aan de kleding van verdachte zijn drie wikkels in beslag genomen met een gezamenlijk netto gewicht van 2,25 gram. Uit de rapporten van het NFiDENT volgt niet dat de stoffen afkomstig uit deze wikkels ook zijn getest. De politierechter zal verdachte daarom partieel vrijspreken van het aanwezig hebben van 2,25 gram cocaïne wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Op 30 november 2024 zagen verbalisanten verdachte rijden in een Opel Astra. Uit navraag in het politiesysteem bleek dat verdachte een aandachtvestiging op zijn naam had staan betreffende een melding dat er vanuit dit voertuig op 24 september 2024 een drugsdeal in Elburg had plaatsgevonden. Later die dag zagen verbalisanten verdachte wederom rijden in zijn auto en in verband met de eerder genoemde aandachtvestiging werd besloten de auto te volgen. Gezien de eerdere melding over het handelen in drugs vanuit deze auto en de korte stops kregen verbalisanten het vermoeden dat verdachte mogelijk drugs verkocht. Even later zagen verbalisanten een vermoedelijke drugsdeal en heeft de koper, nadat hij was staande gehouden, desgevraagd verklaard dat hij drie wikkels met cocaïne van de bestuurder van de auto had gekocht. Verdachte is vervolgens aangehouden op verdenking van het handelen in harddrugs. [7] In de auto van verdachte zijn in een loze ruimte onder het bedieningspaneel 35 wikkels aangetroffen en in een sigarettenverpakking biljetten van 50, 20 en 10 euro met een totale waarde van € 3.165. Daarnaast is een geldbedrag van € 1.940 op de persoon van verdachte aangetroffen. Verder zijn in een loze ruimte in het bedieningspaneel van de raambediening in de bijrijdersportier 52 wikkels aangetroffen. [8] De stoffen uit de aangetroffen wikkels zijn positief getest op cocaïne. [9]
Verbalisant [verbalisant] heeft alle in beslag genomen wikkels bekeken. Op de drie door hem in beslag genomen wikkels bij de koper zag hij dat op deze drie wikkels met een blauwe pen twee korte streepjes, bijna puntjes, naast elkaar waren gezet. Op de wikkels aangetroffen in zijn auto waren ook met een blauwe pen twee korte streepjes, bijna puntjes, waren gezet. Hij zag dat een aantal wikkels ook groter was qua formaat dan diegene met de korte streepjes/puntjes erop. Op die grotere wikkels stonden in plaats van twee korte streepjes twee langere horizontale strepen onder en boven elkaar en waren ook met een blauwe pen gezet. [10]
Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de politierechter dat 57 wikkels met cocaïne in de auto van verdachte zijn aangetroffen. De politierechter overweegt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat de bestuurder en tevens eigenaar van een auto geacht wordt bekend te zijn met de aanwezigheid van voorwerpen in die auto, zeker als het gaat om een dergelijke handelshoeveelheid harddrugs. Dit zou dus voldoende zijn voor de vaststelling dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de harddrugs. Daar komt nog bij dat verdachte, gelet op het onder feit 1 bewezen verklaarde, kort voor zijn aanhouding drie wikkels cocaïne aan [getuige] heeft verkocht. [11] Voorts volgt uit het dossier dat de wikkels die bij [getuige] zijn aangetroffen dezelfde uiterlijke kenmerken hebben als de in beslag genomen wikkels afkomstig uit de auto van verdachte. [12]
Kortom, de politierechter stelt vast dat verdachte wetenschap had van de drugs in zijn auto en dat hij daar ook de beschikkingsmacht over had. De politierechter komt gelet daarop tot een bewezenverklaring van het opzettelijk vervoeren van 58,66 gram cocaïne op 30 november 2024 in Nunspeet.
Feit 3: periode 1 december 2024 tot en met 12 februari 2025
Op 12 februari 2025 vond een surveillance plaats die gericht was op het bestrijden van drugscriminaliteit. Verbalisanten zagen verdachte rijden in een Renault Twingo in Putten. Gelet op het feit dat verdachte in de afgelopen maanden twee maal is aangehouden op verdenking van handel in cocaïne, waarbij een grote hoeveelheid wikkels cocaïne en een groot contant geldbedrag onder verdachte in beslag zijn genomen, besloten de verbalisanten hem te volgen. Verbalisanten zagen dat verdachte richting Harderwijk reed en daar telkens korte stops maakte. Vervolgens reed verdachte richting Putten en zagen zij dat verdachte bij een chaletpark aan de [adres] in Putten op een parkeerplaats inparkeerde. Een man stapte kort in- en uit. Verbalisanten hebben deze man vervolgens staande gehouden en de uitlevering van drugs gevorderd. Verbalisanten zagen dat de man hen een wikkel cocaïne overhandigde. Zij hoorden de man zeggen dat hij deze wikkel zojuist van de man had gekocht waar hij bij in de auto zat. De koper bleek [naam] te zijn.
Aangezien deze bevindingen de verdenking bevestigde dat verdachte zich bezig hield met
handel in cocaïne zijn de verbalisanten de auto verder gevolgd. Na een aantal korte stops parkeerde de verdachte de auto aan de [straat] in Harderwijk. Verbalisanten zagen dat er een witte Mercedes Sprinter aan kwam rijden en dat verdachte als passagier instapte bij deze auto. Kort daarna stapte verdachte weer uit en reed hij weer weg. Daarop is verdachte aangehouden op verdenking van handel in cocaïne.
Verbalisanten hebben voorts de bestuurder van de Mercedes Sprinter staande gehouden en vorderden de uitlevering van drugs De bestuurder bleek [naam] te zijn en hij overhandigde een wikkel cocaïne. Zij hoorden hem zeggen dat hij deze zojuist had gekocht van die jongen. [13]
Getuige [naam] heeft verklaard [14] dat als hij drugs wil hebben, hij een appje stuurt via Whatsapp naar die jongen in de auto. Het telefoonnummer waar hij een appje naar heeft gestuurd, is nu een paar maanden actief. [naam] heeft de verkoper nu een keer of vier gezien. [naam] kan de persoon beschrijven als een kleine donkere jongen, 25 jaar, donker haar. Hij koopt elke keer 1 gram en dit heeft hij drie maanden geleden voor het eerst gedaan. Hij betaalt 70 euro voor 1 gram, het is van een betere kwaliteit dan die van 50 euro.
Getuige [naam] heeft verklaard [15] dat hij drugs koopt van de “ [bijnaam] ”. Het nummer waar hij de drugs mee heeft gekocht, is nu twee weken actief. [naam] neemt al jaren drugs af van de “ [bijnaam] ”. De persoon die de drugs komt brengen verschilt, maar de dealer van vandaag heeft hij eerder in Nunspeet gehad. Van deze dealer heeft hij twee of drie maanden geleden ook drugs afgenomen. Zij handelen alleen in cocaïne. De persoon waar [naam] de drugs van heeft gekocht is een klein stevig mannetje met een rond hoofd en zwart haar, iets getint en gezet met een blauwe spijkerbroek en een lichte trui. [naam] koopt meestal een halve of een hele gram en daar betaalt hij 60 euro voor.
De stoffen uit de aangetroffen wikkels bij getuige [naam] zijn positief getest op cocaïne. [16]
Bij de insluiting van verdachte zijn een geldbedrag van € 800,90 [17] en van € 989,95 aangetroffen [18] . Op 13 februari 2025 is de auto van verdachte onderzocht en daarin is € 172,70 aangetroffen. [19]
De politierechter stelt vast dat verdachte op 12 februari 2025 cocaïne heeft verkocht aan [naam] en [naam] . Verdachte reed op 12 februari 2025 op en neer tussen Harderwijk en Putten, maakte daarbij meerdere korte stops en had in totaal € 1.963,55 aan contant geld bij zich. Dat tezamen met de verklaring van [naam] dat hij in de afgelopen drie maanden een keer of vier drugs heeft gekocht van verdachte en de verklaring van [naam] dat hij twee tot drie maanden terug ook al drugs bij verdachte had gekocht, acht de politierechter voldoende om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen over de gehele tenlastegelegde periode.
Dat verdachte in een andere zaak is vrijgesproken van overtreding van de Opiumwet waarbij hij is aangehouden op 15 december 2024, doet niets af aan de bewezenverklaarde tenlastegelegde periode inzake het onderhavig feit op basis van de bewijsmiddelen in dit procesdossier.
Ten aanzien van parketnummer 05.207133.25 [20]
Feit2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aanhouding, p. 8-10;
- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 51-57;
- de NFiDENT rapporten, p. 58-63;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 november 2025.
Feit 1
Op 16 april 2025 zagen verbalisanten in Nijkerk een Seat Ibiza met kenteken [kenteken] rijden die in gebruik is bij verdachte. Toen de verbalisanten in het opvallende politievoertuig achter de Seat gingen rijden, zagen ze dat de bestuurder en enige inzittende druk begon te bewegen en daarop besloten ze de auto stil te houden. Toen de bestuurder zijn rijbewijs uit zijn tas pakte, ter identificatie, zagen de verbalisanten meerdere coupures contant geld waaronder een briefje van € 100. De bestuurder bleek verdachte te zijn en hij kwam zenuwachtig over. Desgevraagd gaf verdachte aan ongeveer € 900 aan contant geld bij zich te hebben. De verbalisanten vorderden de uitlevering van verdovende middelen en verdachte gaf aan enkel een blokje hash bij zich te hebben. Onder verdachte zijn uiteindelijk in beslag genomen € 1220 aan contant geld, een telefoon en 11 envelopjes met vermoedelijk cocaïne die zich in de onderbroek van verdachte bevonden. [21]
De stoffen uit de aangetroffen envelopjes bij verdachte zijn positief getest op cocaïne [22] en verdachte bekent ook het bezit van die 7,54 gram cocaïne ter terechtzitting op 10 november 2025.
De telefoon, iPhone 14, die onder verdachte in beslag is genomen is nader onderzocht en verdachte heeft verklaard dat deze van hem is. De rechter-commissaris heeft toestemming gegeven voor onderzoek naar de inhoud van de telefoon in relatie tot strafbare feit voor de periode van 1 maand, van 16 maart - 16 april 2025. Op het toestel zijn de volgende afbeeldingen aangetroffen die opgeslagen zijn op of met deze telefoon:
-Foto 1, twee pony packs. Op de foto zijn twee witte envelopjes zichtbaar. Op één van de envelopjes is met pen wat gekrabbeld. De afbeelding is door [telefoonnummer] (telefoon behoort toe aan de moeder van verdachte [verdachte] ) via WhatsApp verstuurd op 27 maart 2025 om 09.23 uur.
- Foto 2, één pony pack. Op de foto is een wit envelopje zichtbaar dat op een weegschaal ligt. De weegschaal geeft 1.57 gram aan. Op het witte envelopje is met een pen de letter 'h' geschreven. De afbeelding is via de berichtenapp Dust verstuurd of ontvangen. De datum en het tijdstip zijn onbekend.
- Foto 3, één pony pack. Op de foto is een wit envelopje zichtbaar dat op een weegschaal ligt. De weegschaal geeft 1.53 gram aan. De afbeelding is via de berichtenapp Dust verstuurd of ontvangen. De datum en het tijdstip zijn onbekend.
In de zoekgeschiedenis van de telefoon zag de verbalisant 4 resultaten die mogelijk relevant zijn in relatie tot het te onderzoeken strafbare feit:
- Zoekopdracht 1, 'drugs dealsr uit putten'. Deze zoekopdracht werd via Google verstuurd op 13 april 2025 om zowel 12:34:15 uur als 01:14 uur, 01:15 uur en 01:18 uur.
- Zoekopdracht 2, 'kan politie in google pixel komen'. Deze zoekopdracht werd via Safari via Google verstuurd. Datum en tijd zijn onbekend.
- Zoekopdracht 3, 'drugsdealer.uit.putten'. Deze zoekopdracht werd via Safari via Google verstuurd. Datum en tijd zijn onbekend.
- Zoekopdracht 4, ' [bijnaam] drugsgroep'. Deze zoekopdracht werd via Safari via Google verstuurd. Datum en tijd zijn onbekend. [23]
De politierechter concludeert op basis van de bovenstaande bewijsmiddelen dat gezien de aard van de aangetroffen goederen, de onderlinge combinatie en de omstandigheden waaronder deze zijn aangetroffen dat deze redelijkerwijs niet anders kunnen worden aangemerkt dan als te zijn bestemd voor de handel en verkoop van cocaïne. De politierechter komt gelet op het voorgaande tot een bewezenverklaring.
Ten aanzien van parketnummer 05.206724.25 [24] Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aanhouding, p. 13-15;
- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 38-40;
- de NFiDENT rapporten, p. 41-42;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 november 2025.
Verdachte heeft ter terechtzitting een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van het voorhanden hebben van 9,4 gram cocaïne. Nu verdachte zich in de auto bevond ten tijde van het voorhanden hebben, en dit niet is betwist door verdachte, acht de politierechter daarmee ook het vervoer bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de politierechter is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Ten aanzien van parketnummer 05.154727.251.
hij op
of omstreeks30 november 2024 te Nunspeet
,althans in Nederlandopzettelijk heeft
bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/ofverkocht en
/ofafgeleverd en/of verstrekt en
/ofvervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehadongeveer 2,25 gram cocaïne
,althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.hij op of omstreeks30 november 2024 te Nunspeet, althans in Nederlandopzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 60,53 gram, in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

3.hij, op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeksde periode van 1 december 2024 tot en met 12 februari 2025 te Harderwijk, althans in Nederland (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/ofverkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

Ten aanzien van parketnummer 05.207133.251.
hij op
of omstreeks16 april 2025 te Nijkerk en
/ofPutten,
althans in Nederlandom een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:
- het opzettelijk
bereiden, bewerken, verwerken,verkopen, afleveren, verstrekken en/of
vervoeren,
en/of- het opzettelijk vervaardigen van cocaïne,in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen,
engelden
en/of andere betaalmiddelenvoorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten:
- ongeveer 7,54 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendecocaïne,
- contant geldbedrag van 1220 euro,
althans enig geldbedrag,
- een (mobiele) telefoon met hierop drugsgerelateerde
berichten en/ofzoekopdrachten en/of
afbeeldingen van een of meerdere ponypacks,
- een vervoermiddel, zijnde een personenauto van het merk blauwe Seat Ibiza voorzien van het
kenteken [kenteken] .
2.
hij op
of omstreeks16 april 2025 te Nijkerk en
/ofPutten, althans in Nederland opzettelijk heeft vervoerd
, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 7,54 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendecocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Ten aanzien van parketnummer 05.206724.25hij op
of omstreeks26 april 2025 te Harderwijk
,althans in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd
, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,ongeveer 9,4 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendecocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1, 2 en 3 van parketnummer 05.154727.25, feit 2 van parketnummer 05.207133.25 en parketnummer 05.206724.25
Telkens, het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
Ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05.207133.25
om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen/vervoermiddelen/stoffen/ gelden/ voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat in de strafmaat rekening moet worden gehouden met het feit dat verdachte goede contacten heeft met zijn familie, dat hij sport en een grote vriendengroep heeft. Verdachte is hard bezig om iets van zijn leven te maken en een flinke straf zal deze stappen in de goede richting dwarsbomen. Verder heeft de raadsvrouw verzocht om in strafverminderende zin rekening te houden met het onrechtmatig volgen en fouilleren.
De beoordeling door de politierechter
De politierechter heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De politierechter heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim vier maanden, waarin hij driemaal is aangehouden met harddrugs, schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen en het vervoeren en verkopen van cocaïne. Het gaat hierbij om een voor de gezondheid van personen schadelijke stof die sterk verslavend werkt. Daarnaast gaat de verspreiding van en handel in harddrugs gepaard met vele andere vormen van criminaliteit. Verdachte heeft zich om deze gevolgen niet bekommerd en kennelijk slechts gehandeld uit winstbejag. De aanhoudingen hebben het gedrag van verdachte niet doen veranderen. Ook ter zitting heeft verdachte er geen blijk van gegeven de ernst van zijn handelen in te zien en daar verantwoordelijkheid voor te willen nemen.
Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de politierechter gelet op zijn strafblad. Daaruit blijkt dat verdachte wel eerder met justitie in aanraking is gekomen maar niet eerder voor opiumdelicten.
Voorts heeft de politierechter vastgesteld dat er sprake is van eendaadse samenloop met betrekking tot het onder 1 en 2 bewezenverklaarde van 05.2027133.25 voor wat betreft het vervoeren dan wel voorhanden hebben van de 7,54 gram cocaïne.
Omtrent de persoonlijke omstandigheden heeft de politierechter kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 28 oktober 2025. Daaruit is gebleken dat de reclassering, ondanks vele pogingen, geen contact heeft kunnen krijgen met verdachte. Omdat sprake is van dossierinformatie die weliswaar gedateerd maar deels relevant genoemd kan
worden en omdat betrokkene inmiddels meerdere keren met justitie in aanraking is gekomen, heeft de reclassering besloten toch een rapport uit te brengen. Op basis van het dossier en het strafblad lijkt er sprake te zijn van een zorgelijk beeld waarbij verdachte in korte tijd vaak in beeld is gekomen als verdachte van Opiumwetdelicten terwijl er in de justitiële voorgeschiedenis ook sprake is van geweld en wapenbezit, aldus de reclassering. Het risico op recidive kan niet worden ingeschat en ook kan de reclassering geen uitspraken doen over het al dan niet toepassen van het jeugdstrafrecht. Ook kan de reclassering met de beschikbare informatie niet adviseren of interventies en/of toezicht nodig zijn.
Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij heeft zijn school niet afgemaakt, hij niet werkt en nog bij zijn ouders woont, die niet weten dat hij verdacht wordt van opiumdelicten. Verdachte heeft ter zitting een laconieke houding laten zien en gaf aan geen hulpvraag te hebben.
Zoals blijkt uit de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht is het uitgangspunt dat het verkopen/afleveren/verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs op straat gedurende 1-3 maanden, met enige regelmaat wordt bestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. Bij het vervoer van harddrugs met een gewicht tussen de 50 en 100 gram is een onvoorwaardelijke taakstraf van 200 uur het uitgangspunt. Voor de voorbereidingshandelingen zijn geen uitgangspunten geformuleerd. De politierechter heeft acht geslagen op straffen die rechters in vergelijkbare zaken hebben opgelegd. De politierechter is, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, in verband met een juiste normhandhaving en uit een oogpunt van vergelding, van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf. Gezien de ernst van de feiten en als zogenoemde ‘stok achter de deur’ om te waarborgen dat verdachte niet opnieuw strafbare feiten zal plegen, zal de politierechter een deel van de straf voorwaardelijk opleggen. Nu geen sprake is van onrechtmatige fouillering en/of onrechtmatige observatie, ziet de politierechter geen aanleiding tot enige strafvermindering op die grond. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van voorarrest passend.

8.De beoordeling van het beslag

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle geldbedragen verbeurd moet worden verklaard net als de iPhone 14 (05.207133.25) omdat deze is gebruikt ten behoeve van druggerelateerde zaken. De iPhone 16 (05.154727.25) kan terug naar verdachte.
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte al hetgeen waar nog beslag op ligt aan hem terug moet worden gegeven.
Ten aanzien van parketnummer 05.154727.25De politierechter zal het geldbedrag van € 1.940 dat aan verdachte toebehoort en die deels door middel van of uit de baten van feit 1 zijn verkregen, verbeurd verklaren tot een bedrag van € 150,- nu drie wikkels zijn verkocht waarbij wordt uitgegaan van een waarde van € 50 per wikkel. De politierechter zal de teruggave van het resterende bedrag van € 1.790 en de Apple iPhone16 aan de verdachte gelasten, of indien de iPhone 16 al is vernietigd de waarde ervan, omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.
De politierechter zal de geldbedragen van € 989,95, € 800,90 en € 172 die aan verdachte toebehoren en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van feit 3 zijn verkregen, verbeurd verklaren.
Ten aanzien van parketnummer 05.207133.25
De politierechter zal het geldbedrag van € 1.220 en de iPhone 14 die aan verdachte toebehoren en met betrekking tot welke feit 1 is begaan, verbeurd verklaren.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 33, 33a, 55, 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

10.De beslissing

De politierechter:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
9 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 bepaalt dat, een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten
3 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
 stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De beslissing op het beslag
 Ten aanzien van parketnummer 05.154727.25:
- verklaart verbeurd de geldbedragen van € 150, € 989,95, € 800,90 en € 172;
- gelast de teruggave van de Apple iPhone 16 en het geldbedrag van € 1.790 aan de verdachte.
 Ten aanzien van parketnummer 05.207133.25:
- verklaart verbeurd het geldbedrag van € 1.220,-;
- gelast de teruggave van de Apple iPhone 14 aan de verdachte.
Dit vonnis is gegeven door mr. P. Verkroost, politierechter, in tegenwoordigheid van E.T. Vriezekolk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 november 2025.

Voetnoten

1.Het bewijs ten aanzien van parketnummer
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 14-15.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 21.
4.Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , p. 33.
5.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 81-82, 87-88 en het Rapport NFiDENT, p. 74.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 22.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 14-15.
8.Proces-verbaal van bevindingen, p. 44-45.
9.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 81-91 en de NFiDENT rapporten, p. 75-80.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 22.
11.Proces-verbaal van getuige [getuige] , p. 33
12.Proces-verbaal van bevindingen, p. 22.
13.Proces-verbaal van bevindingen, p. 93-94.
14.Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] , p. 101.
15.Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] , p. 104-106.
16.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 131-133 en het Rapport NFiDENT, p. 130.
17.Kennisgeving van inbeslagneming, p. 145.
18.Kennisgeving van inbeslagneming, p. 146.
19.Kennisgeving van inbeslagneming, p. 147.
20.Het bewijs ten aanzien van parketnummer
21.Proces-verbaal van aanhouding, p. 8-10.
22.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 51-57 en de Rapporten NFiDENT, p. 58-63.
23.Proces-verbaal van bevindingen, p. 68-70.
24.Het bewijs ten aanzien van parketnummer