Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
[achternaam man] ’aanvraag te doen voor de gecombineerde geslachtsnaam
[achternaam vrouw achternaam man] ’
[achternaam man achternaam vrouw] ’,
Rechtbank Gelderland
De vrouw verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te geven voor het wijzigen van de geslachtsnaam van haar minderjarige dochter naar een gecombineerde geslachtsnaam, omdat de vader niet instemde. De rechtbank oordeelde dat de Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam (WIGG) een gezamenlijke verklaring van ouders vereist en dat bij gebrek aan overeenstemming de huidige geslachtsnaam blijft gelden.
De rechtbank benadrukte dat de wetgever bewust geen rol voor de rechter heeft voorzien bij geschillen over de geslachtsnaamkeuze, zoals ook bevestigd in de kamerstukken en eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad. De overgangsregeling van de WIGG laat geen ruimte voor rechterlijke vervangende toestemming zonder instemming van beide ouders.
De vrouw voerde aan dat de regeling discriminerend zou zijn en in strijd met internationale verdragen, maar de rechtbank stelde dat de nationale regeling binnen de beoordelingsvrijheid van de wetgever valt en dat internationale verdragen geen verplichting tot rechterlijke tussenkomst opleggen.
De rechtbank verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk en compenseerde de proceskosten tussen partijen, mede gelet op de ex-partnerproblematiek die aan de procedure ten grondslag lag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vervangende toestemming voor een gecombineerde geslachtsnaam en handhaaft de huidige naam van het kind.