Uitspraak
1.De procedure
- de producties 1 tot en met 16 van [gedaagde] .
2.De feiten
3.Het geschil
- primair: het tussen partijen gesloten concurrentiebeding per 1 januari 2024, dan wel per heden, schorst tot onherroepelijk is beslist in een bodemprocedure over de rechtsgeldigheid van het concurrentiebeding;
- subsidiair: [gedaagde] , ex artikel 7:653 lid 5 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), veroordeelt tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 19.950,00 bruto;
- zowel primair als subsidiair: [gedaagde] in de proceskosten veroordeelt.