ECLI:NL:RBGEL:2024:9051
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvolledige onderbouwing en schending hoorplicht
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €513.000. De woning was kort daarvoor voor €500.000 aangekocht, maar een deel van het perceel betrof uitgezonderde dijkgrond, wat niet was meegenomen in de waardebepaling.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet voldeed aan zijn bewijslast, omdat hij geen onderbouwing gaf over de vrijgestelde grond en de stukken op grond van artikel 8:42 Awb Pro te laat en onvolledig aanleverde. Tevens werd de hoorplicht geschonden doordat belanghebbende verzocht had om gehoord te worden, maar dit niet is gebeurd.
Hoewel belanghebbende ook geen overtuigend bewijs leverde voor een lagere waarde, stelde de rechtbank in goede justitie de WOZ-waarde vast op €485.000. De aanslag OZB werd dienovereenkomstig verlaagd. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verlaagd naar €485.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.