Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- schade
€
2.658,05
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Eiser, een paardenhouderijondernemer, verrichtte diverse werkzaamheden voor gedaagde, waaronder stalverhuur en inseminatie van een dekhengst. Gedaagde betaalde de facturen niet, waarna eiser zich op het retentierecht beriep en de afgifte van de hengst weigerde.
Gedaagde betwistte het bestaan van een overeenkomst van opdracht en stelde dat het om een vriendendienst ging. De rechtbank oordeelde dat gezien de bedrijfsmatige context en de gedragingen van partijen wel degelijk sprake was van een overeenkomst van opdracht.
De rechtbank wees de vordering tot betaling van € 23.216,41 toe, terwijl een bedrag van € 5.125,00 wegens onvoldoende onderbouwde leningen werd afgewezen. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van verzorgingskosten van de hengst van € 2.658,05 en een maandelijkse vergoeding van € 325,00 zolang de hengst bij eiser verbleef.
De wettelijke handelsrente over het openstaande bedrag werd toegewezen vanaf 11 januari 2024. Gedaagde werd tevens veroordeeld in de proceskosten van € 3.962,54. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van € 25.874,46 met rente en maandelijkse verzorgingskosten voor de hengst, plus proceskosten.