Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de producties 18A tot en met 18F en 19 tot en met 22 van [eiseres] van
- de schriftelijke toelichting met producties 1 tot en met 21 van [gedaagde] van
- de mondelinge behandeling van 6 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiseres]
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
voorzieningenrechter] [gedaagde] verplicht zich alle bij [eiseres] beschikbare paardenmest, bestemd voor de bereiding van Fase 1 compost en afkomstig van de directe leveranciers (zoals bijvoorbeeld maneges en pensionstallen; niet zijnde paardenmest-handelaren), af te nemen van [eiseres] . [gedaagde] is vrij en gerechtigd paardenmest bij andere paardenmest-handelaren rechtstreeks af te nemen en dus zonder interventie van [eiseres] .
voorzieningenrechter]