ECLI:NL:RBGEL:2024:7603
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroepsprocedure
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen in de proceskosten van het bestuursorgaan, stellende dat sprake was van misbruik van procesrecht. Verweerder had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister, maar dit beroep werd tijdens de zitting van 17 september 2024 ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet mogelijk is na intrekking van het beroep, omdat deze bepaling alleen ziet op situaties waarin een uitspraak op het beroep wordt gedaan. Artikel 8:75a, eerste lid, Awb biedt geen grondslag om een natuurlijk persoon te veroordelen in proceskosten na intrekking van het beroep.
De rechtbank verwees naar de memorie van toelichting bij artikel 8:75a Awb, waaruit blijkt dat deze bijzondere rechtsgang alleen bedoeld is voor veroordeling van bestuursorganen in proceskosten. Daarom werd het verzoek van de minister afgewezen en werd verweerder niet veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek van de minister om verweerder te veroordelen in proceskosten wordt afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag na intrekking van het beroep.