ECLI:NL:RBGEL:2024:695
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing verlaagd btw-tarief op orthopedische maatvoetbedden en vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de afwijzing van haar verzoek om toepassing van het verlaagde btw-tarief op de omzet van orthopedische maatvoetbedden over het eerste kwartaal 2021. De rechtbank beoordeelde of deze voetbedden onder het verlaagde tarief vallen, zoals bepaald in artikel 9, lid 2, onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de bijbehorende tabelpost a-35.
De rechtbank stelde vast dat alleen orthopedische voetbedden die een aanvulling vormen op ontbrekende delen van de voet en die scheefgroei van vooral tenen voorkomen, onder het verlaagde tarief vallen. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat al haar orthopedische maatvoetbedden aan deze criteria voldoen. Er is geen sprake van soortgelijke goederen, waardoor het neutraliteitsbeginsel niet is geschonden.
Partijen sloten ter zitting een compromis waarbij 50% van de omzet van orthopedische maatvoetbedden het verlaagde tarief krijgt toegewezen. Daarnaast kende de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de beroepsfase. De Staat werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en proceskosten. De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: 50% van de omzet van orthopedische maatvoetbedden valt onder het verlaagde btw-tarief en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.