Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[belanghebbende 1] ,
[belanghebbende 3],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende op 24 januari 2024 een verzoekschrift in tot het verlenen van verlof tot verkoop van aandelen na executoriaal beslag, zoals bedoeld in artikel 474g Rv. De rechtbank stelde verzoeker en belanghebbenden op 19 april 2024 op de hoogte van een hoorzitting op 27 mei 2024.
Op 23 mei 2024 attendeerde de rechtbank verzoekers advocaat, mr. Van Gastel, erop dat het verschuldigde griffierecht niet tijdig was ontvangen en dat dit in beginsel leidt tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek. Verzoeker kreeg twee weken de tijd om hier schriftelijk op te reageren, maar er werd geen reactie ontvangen.
De rechtbank overwoog dat het griffierecht niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken na indiening was betaald, zoals vereist in artikel 3 lid 4 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken. De advocaat had tijdig actie moeten ondernemen om betaling te waarborgen. Er waren geen omstandigheden die een onbillijkheid van overwegende aard rechtvaardigden om af te wijken van niet-ontvankelijkheid.
Daarom verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot verkoop van aandelen. De beschikking werd gegeven door mr. E. Boerwinkel en op 25 juni 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.