ECLI:NL:RBGEL:2024:4373
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herstel gebrek parkeerbehoefte bij omgevingsvergunning verbouw winkel tot appartementen
In deze bestuursrechtelijke tussenuitspraak gaat het om het beroep van eisers tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten voor de verbouw van een winkel met bovenwoning tot drie appartementen. Eisers betwisten onder meer de motivering van het college omtrent de ruimtelijke ordening, privacy, privaatrechtelijke belemmeringen en parkeerbehoefte.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het bouwplan niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening en dat de inbreuk op het privacyrecht niet onevenredig is. Ook is geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Wel is geoordeeld dat het college geen objectieve vaststelling heeft gedaan van de bestaande parkeerbehoefte, omdat het gebruik als winkel niet meer actueel is en het oppervlak van de winkel onduidelijk is.
Op grond van artikel 8:51a Awb wordt het college in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen door een deugdelijke motivering te geven over de bestaande parkeerbehoefte en het oppervlak van de winkel. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een voorlopige voorziening, omdat het gebrek herstelbaar is en het besluit vermoedelijk in stand blijft. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak, waarbij nieuwe geschilpunten in beginsel niet worden toegelaten.
Uitkomst: Het college krijgt de gelegenheid het gebrek in de vaststelling van de bestaande parkeerbehoefte te herstellen; voorlopige voorziening wordt niet getroffen.