Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe
[derde-partij]uit [plaats 3] (derde-partij).
Rechtbank Gelderland
Eiser vroeg handhaving tegen een bijgebouw op een perceel waarvan hij destijds eigenaar was. Het college wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk vanwege eigendomsoverdracht aan eiseres, de nieuwe eigenaar. Eiser en eiseres stelden beroep in.
De rechtbank oordeelde dat eiser terecht niet-ontvankelijk was omdat hij geen zelfstandig belang meer had. Eiseres, als nieuwe eigenaar en rechtsopvolger, had een rechtstreeks belang en kon het beroep voortzetten. Het college had echter onzorgvuldig gehandeld door eiseres niet vooraf de gelegenheid te bieden de bezwaarprocedure over te nemen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep van eiser ongegrond en dat van eiseres gegrond, en droeg het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, dat van eiseres gegrond, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.