Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van
[derde-partij],
[derde-partij],
en [derde-partij] ,allen te [woonplaats] ,
Rechtbank Gelderland
Eisers vroegen een omgevingsvergunning aan voor de uitbreiding van hun geitenhouderij van 1265 naar 1995 geiten. Het college weigerde aanvankelijk de vergunning op grond van het ontbreken van een milieueffectrapport (MER). Na bezwaar verleende het college de vergunning, maar deze werd door de rechtbank in 2020 vernietigd wegens het ontbreken van een MER-beoordelingsbesluit.
Het college stelde vervolgens, op basis van een nieuw advies van de omgevingsdienst De Vallei, dat een MER noodzakelijk is vanwege mogelijke onomkeerbare gezondheidsrisico’s, waaronder een verhoogd risico op longontstekingen bij omwonenden. Eisers voerden aan dat het advies onvoldoende onderbouwd was en dat eerdere adviezen een MER niet noodzakelijk achtten.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht het voorzorgbeginsel toepaste en dat het bevoegd gezag een MER mag verlangen ook bij onzekerheid over het wetenschappelijk bewijs. De uitbreiding van de geitenhouderij en de nabijheid van meerdere woningen rechtvaardigen nader onderzoek naar milieueffecten. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard, waardoor de weigering van de vergunning in stand blijft.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de weigering van de omgevingsvergunning wegens het vereiste opstellen van een milieueffectrapport.