Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
Doel van dit buurtonderzoek is vast te stellen of (…) [onder bewind gestelde] woonachtig is aan het adres [adres] .
Rechtbank Gelderland
De huurder heeft zijn sociale huurwoning sinds circa 2018 onrechtmatig onderverhuurd aan derden, waaronder een persoon die 15 maanden in de woning verbleef. Verhuurder Omnia stelde dat dit een toerekenbare tekortkoming is die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De huurder en zijn partner wonen sinds juli 2023 weer samen met hun minderjarige kind in de woning.
Omnia startte de procedure pas eind juli 2023, terwijl er al sinds 2022 aanwijzingen waren voor onderverhuur. De kantonrechter oordeelt dat de belangen van het minderjarige kind en het woonbelang van de huurder zwaarder wegen dan de belangen van Omnia bij ontbinding. De tekortkoming rechtvaardigt daarom geen ontbinding en ontruiming.
Wel wordt de bewindvoerder van de huurder veroordeeld tot afdracht van onderhuurpenningen van €12.750,00 over 15 maanden en van onderzoekskosten van €350,00, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering voor onderhuurpenningen van een andere onderhuurder wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten worden aan de bewindvoerder opgelegd.
Uitkomst: Ontbinding huurovereenkomst afgewezen; bewindvoerder veroordeeld tot afdracht onderhuurpenningen en onderzoekskosten.