Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020, waarbij belastingrente van €817 in rekening is gebracht. Eiser stelde dat de belastingrente onterecht en te hoog was, mede vanwege een tijdelijke renteverlaging tijdens de coronacrisis en een beroep op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank overwoog dat de tijdelijke verlaging van de belastingrente niet van toepassing was op de periode waarover de rente is berekend. Verweerder heeft de rente correct berekend conform de wettelijke bepalingen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de informatie waarop eiser zich baseert betrekking heeft op invorderingsrente en niet op belastingrente.
Verder is het rentepercentage van 4% wettelijk vastgesteld en niet gekoppeld aan de marktrente. De rechtbank acht dit binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever en niet buitensporig, mede gelet op het inkomen van eiser. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van kosten.