Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
Het door Kredietnemer verschuldigde is vervroegd opeisbaar indien:
Rechtbank Gelderland
De consument heeft verzet aangetekend tegen een verstekvonnis uit 2012 waarbij hij werd veroordeeld tot betaling aan Hoist Kredit AB, inmiddels opgegaan in Hoist Finance AB. De rechtbank oordeelt dat de consument ontvankelijk is in zijn verzet, ondanks de partijwisseling, en dat Hoist Finance AB als materiële procespartij moet worden beschouwd.
De kredietovereenkomst uit 2008 met Santander Consumer Finance Benelux B.V. is geldig en bevat toepasselijke algemene voorwaarden. De cessie van de vordering aan Hoist Finance AB is rechtsgeldig en voldoende medegedeeld aan de consument. De consument is in gebreke gesteld en de achterstand van € 2.757,38 staat vast.
De gevorderde contractuele vertragingsvergoeding van 16% per jaar wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en ontbreken in de overeenkomst. De vordering van wettelijke rente is verjaard omdat deze niet in het verstekvonnis was toegewezen en de verjaringstermijn van vijf jaar is verstreken. De consument wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente vanaf de datum van dit vonnis. De proceskosten van het verzet worden aan de consument opgelegd.
Uitkomst: Consument is ontvankelijk in verzet, contractuele vertragingsvergoeding afgewezen, wettelijke rentevordering verjaard en toegewezen vanaf datum vonnis.