Het college van gedeputeerde staten van Gelderland heeft vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor de uitbreiding van een diervoedersbedrijf. Eiser, eigenaar van een bedrijfswoning nabij het bedrijf, stelde beroep in vanwege zorgen over aantasting van woon- en leefklimaat.
De rechtbank heeft het luchtkwaliteitsonderzoek, geluidsonderzoek en geuronderzoek beoordeeld. Het luchtkwaliteitsonderzoek is gebaseerd op representatieve gegevens en houdt rekening met het gebruik van walstroom, waardoor emissies van dieselaggregaten niet als representatief zijn meegenomen. Geluidsberekeningen tonen overschrijding van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, maar dit is toegestaan op het geluidgezoneerde industrieterrein. Het maximale geluidsniveau blijft binnen de vergunde grenzen.
De geurbelasting overschrijdt de richtwaarde, maar het college heeft met maatregelen zoals een koude plasma-oxidatie unit en aanpassingen in de productie een aanvaardbaar geurhinderniveau vastgesteld dat lager is dan in de oude vergunning. Eiser heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze afweging onjuist zou zijn. Ook cumulatie met andere bedrijven leidt niet tot een lagere norm.
De rechtbank oordeelt dat het college zorgvuldig heeft gehandeld en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.