ECLI:NL:RBGEL:2023:3977
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling definitieve NOW-1 subsidie en terugvordering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de definitieve vaststelling van de NOW-1 subsidie en de terugvordering van een te hoog betaald voorschot. De minister had de subsidie vastgesteld op € 36.732,- en een terugvordering van € 21.426,- opgelegd.
Eiseres betoogde dat bij de vaststelling van de loonsom over januari 2020 geen rekening had moeten worden gehouden met werknemers die toen al uit dienst waren, omdat de NOW-regeling gericht is op het behoud van werkgelegenheid in coronatijd. De rechtbank oordeelde dat de minister bevoegd was om de subsidie lager vast te stellen en dat het bestreden besluit berust op een discretionaire bevoegdheid waarbij een belangenafweging vereist is.
Hoewel in het bestreden besluit de belangenafweging onvoldoende was gemotiveerd, heeft de minister deze in het verweerschrift en tijdens de zitting alsnog voldoende kenbaar gemaakt. De rechtbank achtte het doel van de NOW-regeling – behoud van werkgelegenheid – zwaarwegend en vond dat de berekeningswijze van artikel 7, tweede lid, NOW-1 passend en noodzakelijk is.
De financiële nadelige gevolgen voor eiseres zijn niet onevenredig, mede gelet op de ruime betalingsregeling. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Wel wordt het motiveringsgebrek gepasseerd en krijgt eiseres vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de definitieve NOW-1 subsidie en terugvordering is ongegrond verklaard.