ECLI:NL:RBGEL:2023:1389

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 maart 2023
Publicatiedatum
16 maart 2023
Zaaknummer
ARN 21_3221
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verlengt redelijke termijn en stuurt nieuwe griffierechtnota bij niet-betaling

In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende de WOZ-waarden en de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting heeft de rechtbank Gelderland geoordeeld dat het griffierecht tijdig was betaald, ondanks dat het bedrag door het Landelijk Centrum voor de Rechtspleging was teruggestort.

De rechtbank baseert zich op jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:439) en stelt vast dat niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht niet mogelijk is indien niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Omdat de griffierechtnota's zijn teruggestort, wordt de procedure opgeschort totdat de griffierechten opnieuw en tijdig zijn voldaan.

De rechtbank wijst erop dat vertraging door het niet-betalen van het griffierecht voor risico van eiseres komt en zal leiden tot verlenging van de redelijke termijn. Tevens is een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn ingediend, waarvan de hoogte zal worden vastgesteld na de inhoudelijke behandeling.

De rechtbank draagt de griffier op om twee nieuwe nota's te sturen en heropent het onderzoek zodra betaling is ontvangen.

Uitkomst: De rechtbank stuurt nieuwe griffierechtnota's en schort de behandeling op totdat betaling is voldaan, met verlenging van de redelijke termijn bij niet-betaling.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 21/3221 en 21/3222

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaken tussen

[eiseres], in [vestigingsplaats], eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Renkum, verweerder,

Procesverloop

Bij uitspraak op bezwaar van 11 februari 2021 heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen de voor het belastingjaar 2021 vastgestelde WOZ-waarden van [adres], objecten [naam 1] en [naam 2] in [plaats], en de daarop gebaseerde aanslagen onroerende zaakbelasting (aanslagnummer [aanslagnummer]) ongegrond verklaard.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 januari 2023. Namens eiseres is de gemachtigde verschenen. Namens verweerder is [naam 3] verschenen.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een beroep niet-ontvankelijk als het griffierecht niet tijdig is betaald, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2. Het voor de behandeling van de beroepen verschuldigde griffierecht bedraagt per zaak € 360. Na ontvangst van de beroepschriften heeft de rechtbank eiseres in beide zaken een nota van € 360 gestuurd. Eiseres heeft vervolgens een beroep op betalingsonmacht gedaan. Uit het systeem van de rechtbank volgt dat de bedragen nog niet waren ontvangen op het moment dat een beroep op betalingsonmacht werd gedaan. Op dat moment is in beide zaken het volledige bedrag in het systeem tegengeboekt, wat betekent dat er nog niets op het in rekening gebrachte bedrag in mindering was gekomen. Nadat het beroep op betalingsonmacht is afgewezen, is opnieuw griffierecht in rekening gebracht. Het griffierecht was echter inmiddels op 3 september 2021, nog voordat was beslist op het beroep op betalingsonmacht, al betaald. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank tijdig betaald. Dat het Landelijk Centrum voor de Rechtspleging deze bedragen vervolgens heeft teruggestort, kan daar niet aan afdoen.
3. Bij brief van 4 juli 2022 heeft de rechtbank eiseres over het voorgaande bericht. Omdat het griffierecht is teruggestort, staat feitelijk de rekening nu weer open. Eiseres is een termijn van twee weken gegeven om het griffierecht alsnog te betalen. Zij heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
4. Gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad [1] is het niet mogelijk het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De wet schrijft echter voor dat griffierecht wordt geheven. Dat zou een loze bepaling worden als het niet betalen daarvan zonder gevolgen zou blijven. Daarom zal de rechtbank in beide zaken opnieuw een nota sturen en de behandeling van de zaak aanhouden tot het moment waarop de nota’s zijn betaald. Na ontvangst van het griffierecht zal verweerder in de gelegenheid worden gesteld de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift in te dienen.
5. De zaken zullen niet eerder ter zitting worden behandeld dan nadat eiseres de onverschuldigd door de rechtbank terugbetaalde bedragen opnieuw en tijdig heeft betaald. De rechtbank wijst erop dat vertraging van de procedure als gevolg van het alsnog niet betalen van het griffierecht voor risico van eiseres zal komen en aanleiding zal vormen voor een verlenging van de redelijke termijn vanaf vier weken na ontvangst van de nieuwe nota.
Immateriële schade
6. Eiseres heeft een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn gedaan. De hoogte van de immateriële schade zal door de rechtbank worden vastgesteld nadat de inhoudelijke behandeling van de beroepen ter zitting heeft plaatsgevonden.

Beslissing

De rechtbank:
  • heropent het onderzoek;
  • draagt de griffier op twee nieuwe nota’s ter voldoening van het griffierecht aan eiseres te sturen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Eskes, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Aalbersberg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
de griffier is buiten staat deze uitspraak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Voetnoten

1.Hoge Raad 29 maart 2019, ECLI: NL:HR:2019:439.