ECLI:NL:RBGEL:2022:6303
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing invordering last onder dwangsom wegens onjuiste motivering
Eisers hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen hun buurman wegens kamerverhuur in strijd met de beheersverordening. Het college legde een last onder dwangsom op, maar wees later het verzoek tot invordering van deze dwangsom af wegens onvoldoende bewijs van overtreding.
De rechtbank oordeelde in een eerdere zaak dat kamerverhuur niet in strijd was met de beheersverordening, waardoor de last onder dwangsom gedeeltelijk werd vernietigd en herroepen. Dit maakte het invorderingsverzoek onrechtmatig.
De rechtbank stelt vast dat het college het invorderingsverzoek terecht heeft afgewezen, maar op een onjuiste grond. De afwijzing had moeten berusten op de gedeeltelijke vernietiging van de last onder dwangsom en niet op het ontbreken van bewijs.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.