Verzoekster, een onderneming actief in de wereldwijde handel en distributie van levensmiddelen, met focus op de Russische bananen spotmarkt, verkeert in financiële moeilijkheden en heeft een WHOA-akkoord voorgesteld aan haar schuldeisers. De rechtbank behandelt een verzoek om uitspraak over zeven aspecten die relevant zijn voor het tot stand brengen van dit akkoord, waaronder de toestand van verzoekster, de volledigheid van informatie in het akkoord, de klassenindeling van schuldeisers, en de toelating van intercompany crediteuren tot de stemming.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de berekeningen van de liquidatie- en reorganisatiewaarde aanvaardbaar zijn, mede vanwege verouderde waarderingsrapporten en onvoldoende onderbouwing van tegenvorderingen en toekomstige prognoses. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of het akkoord voldoet aan de best interest of creditors-test. De klassenindeling waarbij betwiste vorderingen in een aparte klasse zijn geplaatst wordt niet gerechtvaardigd geacht. De intercompany crediteuren mogen wel worden toegelaten tot de stemming, ondanks hun voorwaardelijke achterstelling.
Verder is de rechtbank niet in staat om te bepalen voor welke bedragen de betwiste schuldeisers tot de stemming mogen worden toegelaten, omdat verzoekster onvoldoende informatie heeft verstrekt over procesrisico’s en tegenvorderingen. De rechtbank benadrukt dat de beslissing slechts procedureel is en geen inhoudelijke vaststelling van vorderingen betekent. Tot slot kan de rechtbank niet beoordelen of bij de verdeling van de waarde wordt afgeweken van de wettelijke rangorde, omdat de reorganisatiewaarde niet is vastgesteld.