Op 25 juli 2022 heeft de burgemeester van een gemeente een crisismaatregel opgelegd aan verzoekster. Verzoekster werd voorafgaand aan deze maatregel niet gehoord omdat zij niet sprak. Zij stelde dat de burgemeester onterecht geen moeite heeft gedaan haar te horen, terwijl zij wel in staat en bereid was te communiceren via gebaren of schriftelijk.
De burgemeester baseerde zich op het deskundig oordeel van een psychiater die aangaf dat verzoekster niet sprak en niet gehoord wilde worden. De rechtbank overweegt dat de burgemeester mag afgaan op informatie van een op zijn taak berekende derde, zoals de psychiater, zeker gezien de spoedeisende aard van crisismaatregelen.
De rechtbank concludeert dat de burgemeester aan zijn hoorplicht heeft voldaan en dat het verzoek tot schadevergoeding daarom niet kan worden toegewezen. Het verzoek wordt afgewezen.