ECLI:NL:RBGEL:2022:2172

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 april 2022
Publicatiedatum
26 april 2022
Zaaknummer
9807846 \ EZ VERZ 22-169 \ MS \ mk
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:193 lid 1 BWArt. 4:192 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot machtiging verwerping nalatenschap minderjarige

Op 21 april 2022 heeft de rechtbank Gelderland een beschikking gegeven in een verzoekschriftprocedure op grond van het erfrecht. Verzoekers, als wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter, verzochten om verlenging van de termijn waarbinnen een verklaring tot verwerping van de nalatenschap moet worden afgelegd. De nalatenschap betreft de erflater die in 2021 is overleden.

Verzoekers hadden op 9 maart 2022 een verzoek tot verwerping van de nalatenschap ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland. De kantonrechter van die rechtbank had hen verzocht nadere stukken aan te leveren. Omdat onzeker was of de machtiging voor verwerping tijdig zou worden verleend, verzochten zij om verlenging van de termijn tot 18 juli 2022.

De kantonrechter oordeelde dat voor de beoordeling van de ontvankelijkheid niet de datum van verlening van de machtiging, maar de datum van indiening van het verzoek beslissend is. Aangezien het verzoek op 15 maart 2022 tijdig was ingediend, is voldaan aan de wettelijke termijn. Hierdoor is er geen grond voor verlenging en verklaart de kantonrechter het verzoek niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot verlenging van de termijn voor verwerping van de nalatenschap namens de minderjarige.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Team bewind en erfrecht
Zittingsplaats Zutphen
zaakgegevens 9807846 \ EZ VERZ 22-169 \ MS \ mk
uitspraak van 21 april 2022
beschikking
in de zaak van

1.[verzoeker sub 1]

2.
[verzoeker sub 2]
beiden in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige dochter [minderjarige dochter]
beiden wonende te [woonplaats]
verzoekers
gemachtigde mr. S.J. Zeilstra

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 8 april 2022 met bijlagen.

2.De feiten

2.1.
Op [datum] 2021 is te [plaats] overleden [erflater] , geboren te [plaats] op [datum] 1954 (hierna: erflater). De laatste woonplaats van erflater was [plaats] .
2.2.
Verzoekers zijn de wettelijk vertegenwoordigers van [minderjarige dochter] (hierna: [minderjarige dochter] ).

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekers verzoeken de kantonrechter op grond van artikel 4:193 lid 1 jo Pro. artikel 4:192 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de termijn van drie maanden waarbinnen zij verplicht is een verklaring met betrekking tot het beneficiair aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap namens [minderjarige dochter] .
3.2.
Verzoekers leggen aan hun verzoek ten grondslag dat zij op 9 maart 2022 een verzoek tot verwerping van de nalatenschap namens [minderjarige dochter] hebben ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft verzoekers thans in de gelegenheid gesteld nadere stukken aan te leveren om hun verzoek te onderbouwen. Verzoekers zijn verplicht binnen drie maanden vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap van erflater aan [minderjarige dochter] toekomt, een verklaring van verwerping af te leggen. Aangezien het onzeker is of de rechtbank Midden-Nederland vóór 18 april 2022 een beschikking zal afgeven, verzoeken verzoekers deze termijn te verlengen tot 18 juli 2022.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter zal op de eerste plaats ambtshalve de ontvankelijkheid van het verzoek beoordelen. De kantonrechter stelt voorop dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 26 juni 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:5920) heeft geoordeeld dat het vaker voorkomt dat de termijn om een machtiging tot verwerping is verzocht, maar dat deze machtiging vervolgens niet binnen de termijn wordt verleend. De oorzaak hiervan kan zijn gelegen in de verwerkingstijd die de kantonrechter nodig heeft voor het nemen van een beslissing of doordat bijvoorbeeld, zoals in de onderhavige zaak, nadere stukken moeten worden overgelegd. Een strikte toepassing van artikel 4:193 lid 1 en Pro lid 2 BW zou ertoe leiden dat ook in die gevallen de nalatenschap als door de erfgenaam beneficiair aanvaard geldt. De kantonrechter acht dit in navolging van het gerechtshof een onwenselijk gevolg, mede gelet op de bescherming die deze bepaling beoogt te bieden aan minderjarigen. Voor de beantwoording van de vraag of is voldaan aan het bepaalde in artikel 4:193 lid 1 BW Pro acht de kantonrechter, wederom in navolging van het gerechtshof, daarom beslissend de datum waarop het verzoek om een machtiging voor verwerping te verlenen is ingediend en niet de datum waarop de machtiging is verleend.
4.2.
De kantonrechter overweegt op grond van de stukken dat verzoekers op
15 maart 2022, aldus vóór 18 april 2022, een verzoek om een machtiging voor verwerping namens [minderjarige dochter] hebben ingediend bij de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland. Gelet op hetgeen hiervoor overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat is voldaan aan de termijn zoals bepaald in artikel 4:193 BW Pro. Aangezien er geen termijn op grond artikel 4:193 BW Pro loopt, kan deze termijn ook niet worden verlengd met een beroep op artikel 4:192 lid 2 BW Pro. De kantonrechter zal verzoekers daarom niet ontvankelijk verklaren in hun verzoek.

5.De beslissing

De kantonrechter,
verklaart verzoekers niet ontvankelijk in hun verzoek.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. M.J.H. Schuurman en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2022.