Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
de ontvanger van de Belastingdienst, kantoor Arnhem/Doetinchem, verweerder.
Procesverloop
28 november 2019, beroep ingesteld.
.Namens verweerder zijn verschenen mr. [persoon C1] en mr. [persoon C2] .
Overwegingen
€ 40.651 en per 31 december 2014 € 0.
31 december 2014 € 52.784 en op 31 december 2015 € 35.479.
Beoordeling van het geschil
€ 229.286, waaraan verweerder onder meer zijn vermoeden ontleent, een suggestief karakter draagt. De in deze liquiditeitsstijging opgenomen afwaardering van goodwill en inventaris genereert immers geen cashflow. Het had op de weg van verweerder gelegen om zijn stelling, juist gelet op de zwaarte van de sanctie en de impact die een dergelijke aansprakelijkstelling op eiseres kan hebben, zorgvuldig te onderbouwen. Dit heeft hij echter nagelaten.
Beslissing
mr. W.W. Monteiro, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;