Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
13 december 2021 - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
€ 2.548,39 bruto per maand te vermeerderen met 8% vakantietoeslag vanaf
1 augustus 2021 totdat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is beëindigd;
20 juli 2021 op staande voet heeft ontslagen. Van een dringende reden voor het ontslag op staande voet was geen sprake. [verzoekende partij] maakt daarom aanspraak op doorbetaling van zijn salaris. Na indiening van het verzoekschrift heeft [verwerende partij] het ontslag op staande voet ingetrokken en zijn middels de gemachtigde van [verzoekende partij] en de voormalig gemachtigde van [verwerende partij] afspraken gemaakt over onder meer de betaling van het loon. Deze afspraken zijn slechts gedeeltelijk nagekomen. [verzoekende partij] verzoekt daarom om [verwerende partij] te veroordelen tot nakoming van deze afspraken.
4.De beoordeling
[verwerende partij] werd tijdens de onderhandelingen bovendien bijgestaan door een gemachtigde. Daar komt nog bij dat gesteld noch gebleken is dat het voor [verzoekende partij] kenbaar was dat [verwerende partij] de minnelijke regeling aanging uitgaande van bedoelde onjuiste veronderstelling en dat zij anders de overeenkomst niet zou hebben gesloten. Gelet hierop komt niet vast te staan dat de overeenkomst is aangegaan onder invloed van dwaling. Ook dit verweer gaat daarom niet op.