Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2021:6797

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 december 2021
Publicatiedatum
17 december 2021
Zaaknummer
05/882455-17
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 6:6:13 lid 6 SvArt. 24 Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging tbs-maatregel wegens afwezigheid recidivegevaar bij ernstig zieke tbs-gestelde

Betrokkene is bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging tot doodslag en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging opgelegd. De maatregel is gestart op 14 augustus 2019. De officier van justitie vorderde op 12 juli 2021 verlenging van de tbs-maatregel voor één jaar.

Tijdens de procedure werd duidelijk dat betrokkene door ernstige neurodegeneratieve problemen als gevolg van hersenatrofie na een hartinfarct op geen enkel leefgebied zelfstandig kan functioneren. Na een intensieve zoektocht is binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg een geschikte zorginstelling gevonden waar betrokkene inmiddels verblijft.

De rechtbank heeft het onderzoek tijdelijk heropend om de plaatsing bij de zorginstelling af te wachten en een CIZ-indicatie te kunnen aanvragen. De deskundigen, raadsman en officier van justitie zijn het eens dat het recidiverisico nihil is en beëindiging van de tbs met dwangverpleging passend is.

De vordering tot verlenging van de tbs-maatregel wordt afgewezen. Tegelijkertijd verleent de rechtbank een rechterlijke machtiging ex art. 24 Wet Pro zorg en dwang voor opname in de zorginstelling. De maatregel wordt beëindigd omdat betrokkene intensieve lichamelijke en psychologische zorg nodig heeft die binnen de reguliere gezondheidszorg beter kan worden geboden.

Uitkomst: De rechtbank wijst de verlenging van de tbs-maatregel af wegens afwezigheid van recidivegevaar en stemt in met beëindiging van de tbs met dwangverpleging.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/882455-17
Datum uitspraak: 17 december 2021
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv)
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] , hierna: betrokkene,

geboren op [geboortedag] 1967 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende te [zorginstelling] ,
raadsman: mr. J.P.A. van Schaik, advocaat te Veenendaal.

Procedure

Betrokkene is bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 juli 2019 veroordeeld vanwege het misdrijf poging tot doodslag tot onder meer terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 14 augustus 2019.
Bij vordering van 12 juli 2021, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van één jaar.
Ter zitting van 27 augustus 2021 is de vordering behandeld, waarna de rechtbank op 10 september 2021 een tussenbeslissing heeft gegeven. Daarbij is het onderzoek heropend teneinde het onderzoek naar een geschikte verblijfsplek voor betrokkene af te wachten.
De mondeling behandeling is hervat op 3 december 2021. Bij die gelegenheid is ook een verzoekschrift voor het verlenen van een rechterlijke machtiging behandeld.
Ter zitting van 3 december 2021 zijn gehoord:
- betrokkene (via Skype);
- de raadsman mr. J.P.A. van Schaik;
- de civiele advocaat mr. J.A.C. van Etten;
- de deskundige mw. S. Bos-Sikkema, GZ-psycholoog (via een Skype-verbinding);
- [naam 3] , mentor van betrokkene;
- [naam 1] , namens [zorginstelling] , (via een Skype-verbinding);
- [naam 2] , namens [zorginstelling] , (via een Skype-verbinding);
- de officier van justitie, mr. B.P.R. van Andel.
Standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting aangevoerd dat de vordering tot verlenging van de maatregel afgewezen dient te worden, omdat het recidiverisico op nul wordt geschat.
De raadsman van betrokkene heeft gepleit voor beëindiging van de maatregel.

De beoordeling

Na sluiting van het onderzoek ter zitting op 27 augustus 2021 heeft de officier van justitie op 2 september 2021 gemaild dat zorginstantie [zorginstantie] op 6 september 2021 duidelijkheid zou verschaffen over de vraag of betrokkene bij hen kan worden opgenomen en zo ja binnen welke termijn. Dat heeft de rechtbank ertoe gebracht het onderzoek op 10 september 2021 te heropenen:
1) om af te wachten welk resultaat het overleg met [zorginstantie] oplevert, en
2) zodat indien nodig een CIZ-indicatie voor betrokkene kan worden aangevraagd.
Als dat zou zijn geregeld, zou wellicht de tbs-maatregel met toepassing van 6.6.13 lid 6 Sv kunnen worden beëindigd.
Betrokkene is begin november 2021 geplaatst bij de [zorginstelling] , een zorginstelling die is gericht op verzorging en begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking of niet aangeboren hersenletsel.
De rechtbank is met de deskundigen, de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de tbs met dwangverpleging moet worden beëindigd. Voor de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen, verwijst de rechtbank naar de tussenbeslissing van 10 september 2021. Kort gezegd is gelet op de huidige gezondheidstoestand van betrokkene geen sprake meer van recidiverisico en is betrokkene beter op zijn plek in de reguliere gezondheidszorg. Hij is aangewezen op intensieve lichamelijke en psychologische zorg, die hij kan krijgen binnen [zorginstelling] waar hij inmiddels al verblijft. De vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling zal dan ook worden afgewezen.
De rechtbank heeft bij beslissing van heden het verzoekschrift van de officier van justitie strekkende tot het verlenen van een rechterlijke machtiging ex art 24 Wet Pro zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijke gehandicapte cliënten, voor de duur van zes maanden toegewezen. Deze beslissing is in een aparte beschikking opgenomen.

De beslissing

De rechtbank:
wijst afde vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling.
Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, voorzitter, mr. M.C. van der Mei en mr. J.A.P. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 december 2021.
Mr. Van der Mei is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.