ECLI:NL:RBGEL:2021:6399
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last bestuursdwang na intrekking Wbr-vergunning
De zaak betreft een herhaald verzoek om voorlopige voorziening door verzoekster tegen een last onder bestuursdwang na intrekking van een Wbr-vergunning voor een brandstofverkooppunt langs de snelweg. De minister had de exploitatie van het tankstation gelast te staken vanwege het Tracébesluit VIA15, waarbij het terrein bouwrijp moet worden gemaakt.
Verzoekster voerde aan dat nieuw bodemonderzoek had plaatsgevonden dat niet bekend was bij het eerdere verzoek en dat dit een nieuwe omstandigheid vormde. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bodemonderzoek als nieuw feit kon worden aangemerkt, maar dat dit niet leidde tot een andere afweging dan bij het eerste verzoek. Het bezwaar had nog steeds geen redelijke kans van slagen.
De voorzieningenrechter besloot het bestreden besluit te schorsen tot één week na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de begunstigingstermijn werd verlengd om verzoekster de gelegenheid te geven personeel en klanten te informeren. Indien het beroep bij de Afdeling wordt ingetrokken, vervalt deze voorlopige voorziening.
De minister was bereid uitvoering van de last op te schorten tot 2 november 2021, de datum waarop de Afdeling uitspraak zou doen. De uitspraak is gedaan op 27 oktober 2021 en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit geschorst tot één week na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.