ECLI:NL:RBGEL:2021:4846

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 augustus 2021
Publicatiedatum
10 september 2021
Zaaknummer
9295181
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek deelgeschil inzake onduidelijkheid toedracht val steiger en aansprakelijkheid

In deze civiele zaak vordert eiser een uitspraak over aansprakelijkheid van AsbestVeilig na een val van een steiger tijdens sloopwerkzaamheden in een kantoorpand te Schiedam. De kantonrechter stelt vast dat het onbetwist is dat de val heeft plaatsgevonden, maar dat er onduidelijkheid bestaat over de exacte toedracht en of de schade daadwerkelijk door die val is veroorzaakt.

AsbestVeilig betwist dat eiser schade heeft geleden door het ongeval en wijst op eerdere inconsistenties in de feitelijke toedracht en locatie van het incident, zoals beschreven in een eerdere aansprakelijkheidsstelling. Hierdoor is het onzeker waar en wanneer de schade is ontstaan, waardoor de omkeringsregel niet kan worden toegepast.

De kantonrechter oordeelt dat voor een juiste aansprakelijkheidsvaststelling nader onderzoek en bewijslevering noodzakelijk zijn, hetgeen niet in deze deelgeschilprocedure kan plaatsvinden. Ook is onvoldoende duidelijk welke zorgplicht AsbestVeilig mogelijk heeft geschonden. Daarom wordt het verzoek van eiser afgewezen en worden de proceskosten aan zijn zijde begroot op €3.527,42 exclusief BTW.

Uitkomst: Verzoek tot vaststelling aansprakelijkheid wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over toedracht en schadeoorzaak.

Uitspraak

proces-verbaal
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 9295181 \ AZ VERZ 21-30 \ \ 34124
zitting van 24 augustus 2021
proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 24 augustus 2021
in de zaak van
[eiser]
wonende te [woonplaats]
eisende partij
gemachtigde mr. J.W. Menkveld
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AsbestVeilig BV
gevestigd te Arnhem , kantoorhoudende te Ede
gedaagde partij
gemachtigde mr. N. van Baren
Partijen worden hierna [eiser] en AsbestVeilig genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ontvangen op 16 juni 2021
- het verweerschrift met producties, ontvangen op 20 augustus 2021.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2021. [eiser] is verschenen, bijgestaan door mr. J.W. Menkveld. AsbestVeilig is bijgestaan door mr. N. van Baren en vertegenwoordigd door de heer A. van Rijn.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

2.De beslissing

2.1.
wijst het verzoek van [eiser] af;
2.2.
begroot de kosten van de behandeling van het verzoek aan de zijde van [eiser] op een bedrag van € 3.527,42 exclusief BTW.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
3.2.
Als uitgangspunt heeft te gelden dat de werknemer moet stellen, en bij betwisting moet bewijzen dat hij schade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] bij de uitvoering van zijn werkzaamheden in opdracht van AsbestVeilig terzake sloopwerkzaamheden in het kantoorpand te Schiedam van een steiger is gevallen. AsbestVeilig betwist evenwel dat [eiser] als gevolg van die val schade heeft geleden en beroept zich daarbij onder meer op de namens [eiser] eerder aan de schade ten grondslag gelegde feitelijke toedracht zoals verwoord in de aansprakelijkheidsstelling bij e-mail van 20 juni 2019 gericht aan een andere opdrachtgever. De daar verwoorde feitelijke toedracht alsmede de locatie verschilt evident van de in dit geschil vermelde toedracht en locatie, terwijl in beide gevallen daaraan dezelfde schade, te weten hand en polsletsel, gekoppeld wordt. Nu (te) onzeker is waar [eiser] de schade die hij stelt te hebben opgelopen, is ontstaan, kan aan de omkeringsregel in dit geval niet worden toegekomen. Immers te onzeker is dat [eiser] de schade heeft geleden als gevolg van de val op het project van het kantoorpand als hiervoor genoemd. Dit betekent dat ter bepaling van de aansprakelijkheid van AsbestVeilig nader onderzoek en bewijslevering noodzakelijk is. Daarvoor leent deze deelgeschilprocedure zich niet. Nu terzake de toedracht van het ongeval nog teveel onzekerheid bestaat, is vooralsnog ook onvoldoende duidelijk welke zorgverplichting AsbestVeilig ten opzichte van [eiser] mogelijk niet is nagekomen. Ook dat vergt nader onderzoek naar de feiten.
Het vorenstaande leidt ertoe dat de verzoeken van [eiser] op dit moment moeten worden afgewezen.
3.3.
Het aantal te begroten uren wordt begroot als verzocht nu AsbestVeilig die verder niet heeft weersproken en de kantonrechter deze niet bovenmatig voorkomt.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. E.W. de Groot, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2021.