Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiser] te [woonplaats] , eiser
de ontvanger van de Belastingdienst, kantoor Venlo, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
In November is onze aanvraag gehonoreerd maar het bedrag ten dele overgemaakt, het resterende bedrag is ons toegezegd maar tot op heden krijgen we geen duidelijkheid van de moedermaatschappij over het moment."
- Is een betaling van € 28.679 terecht op de belastingschuld over de maand oktober 2015 afgeboekt?
- Is het niet tijdig doen van de melding betalingsonmacht voor de maand september 2015 te wijten aan eiser?
- Is het bewijsrechtelijke gevolg dat artikel 36, vierde lid, van de IW verbindt aan het niet (tijdig) doen van de melding betalingsonmacht in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol (EP) bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)?
- Is betreffende de maand november 2015 sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur door eiser?
€ 60.000 per maand bij een geprognosticeerde negatieve cashflow zonder eigen financiële middelen en externe financiering. Eiser wist dat [X B.V.] volledig afhankelijk was van één financier uit China, namelijk [naam 4] , terwijl [X B.V.] ten aanzien van [naam 4] geen enkele zekerheid had of had bedongen dat zij continuïteit zou bieden bij het verstrekken van de door [X B.V.] benodigde financiële middelen. Van een overeenkomst op grond waarvan [naam 4] gedwongen zou kunnen worden om haar verplichting om de voor [X B.V.] essentiële financiering voort te zetten, is niet gebleken. Het ondertekenen van een liquiditeitsbegroting kan volgens verweerder niet gelijk worden gesteld aan een overeenkomst waarin eenduidig de verplichtingen van contractspartijen vastgelegd worden zoals dat bij een financieringsovereenkomst het geval is. Uit het aansprakelijkheidsrapport blijkt verder dat [naam 4] al vier maanden na de start van [X B.V.] haar afspraken niet nakwam en dat [naam 4] volgens het balance sheet aanzienlijke schulden had. Deze handelswijze van eiser, als bestuurder van [X B.V.] , heeft er toe geleid dat de belastingaanslagen onbetaald zijn gebleven en de belastingdienst is benadeeld, aldus verweerder. Zodoende heeft eiser onverantwoorde risico's genomen, die geen redelijk denkend bestuurder zou hebben genomen, aldus verweerder.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;