ECLI:NL:RBGEL:2021:4161
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer bij auto-brouwerij syndroom
Verzoeker was betrokken bij een verkeersongeval waarbij een positieve blaastest en bloedonderzoek met 2,34 mg ethanol in het bloed werden vastgesteld. Het CBR legde op basis van deze uitslagen een Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (EMA) op. Verzoeker, die de diagnose auto-brouwerij syndroom kreeg waardoor hij zelf alcohol aanmaakt, betwistte de maatregel en stelde dat de regelgeving buiten toepassing moet worden gelaten wegens onevenredigheid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het CBR op grond van de Wegenverkeerswet en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en rijgeschiktheid geen beleidsvrijheid heeft om van de EMA af te zien. De kernvraag is of de regelgeving in dit specifieke geval buiten toepassing moet worden gelaten, een principiële rechtsvraag die niet geschikt is voor voorlopige voorzieningen.
Omdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State nog geen oordeel heeft gegeven over de recente conclusie van de advocaat-generaal over de rechterlijke evenredigheidstoets, moet deze zaak door een meervoudige kamer worden behandeld. De voorzieningenrechter schorst daarom de EMA-maatregel en veroordeelt het CBR in de proceskosten, zodat verzoeker de beroepszaak kan afwachten zonder de cursus te hoeven volgen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de EMA-maatregel en veroordeelt het CBR in de proceskosten zodat verzoeker de beroepszaak kan afwachten zonder de cursus te volgen.