Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[eisende partij 2],
[eisende partij 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 1 april 2020 (zaaknummer NL 19.8783)
- de akte uitlating na tussenvonnis van [eisende partijen] , met producties 21 en 22
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 27 november 2020, waar als getuigen zijn gehoord: [eisende partij 1] (verder: [eisende partij 1] ), diens zoon [zoon] (verder [zoon] ) en ing. [ingenieur] (verder: [ingenieur] ) bij welke zitting partijen hebben ingestemd met voortzetting van de procedure volgens het recht dat landelijk geldt in dagvaardingsprocedures met verplichte procesvertegenwoordiging in zaken waarin het exploot van dagvaarding na 30 september 2019 is betekend
- de inschrijving op de rol van 9 december 2020 met rolnummer HA ZA 20-674 (zaaknummer 380169)
- het proces-verbaal van getuigenverhoor en van tegengetuigenverhoor van 7 april 2021 waar als getuigen zijn gehoord [getuige1] (verder . [getuige1] ), [getuige2] (verder:. [getuige2] ) en [getuige3] Sijll (verder: [getuige3] )
- de conclusie na getuigenverhoor van [eisende partijen] met producties 23 tot en met 26
- de conclusie van antwoord na enquête van [gedaagde partij] met producties 8 en 9.