Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2021:3722

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
7 april 2021
Publicatiedatum
15 juli 2021
Zaaknummer
C/05/364878 / HA ZA 20-49
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.F.R. van Heemstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering misbruik identiteitsverschil en bestuurdersaansprakelijkheid wegens tekortschieten stichting

Celadon, een Amerikaanse producent van technologische producten, sloot begin 2017 een overeenkomst met Stichting Continuïteit [gedaagde sub 2] Engineering voor een probecard tester. De stichting leverde te laat en het product functioneerde niet, waarna Celadon de overeenkomst buitengerechtelijk ontbond en een procedure startte. De rechtbank oordeelde in 2018 dat de stichting aansprakelijk was en veroordeelde haar tot betaling van € 58.500 plus rente en kosten. Omdat de stichting ontbonden is en geen verhaal biedt, richt Celadon zich nu tegen Prosigno Beheer B.V. en een bestuurder van de stichting, stellende dat sprake is van misbruik van identiteitsverschil en bestuurdersaansprakelijkheid.

De rechtbank overweegt dat misbruik van identiteitsverschil terughoudend wordt toegepast en dat onvoldoende is gebleken dat Prosigno ten tijde van de overeenkomst dezelfde handelsnaam voerde of dezelfde activiteiten verrichtte als de stichting. Ook is niet vastgesteld dat Celadon bij het contracteren verwarring had over de contractspartij. De stelling dat de stichting als lege huls werd gebruikt om verhaal te frustreren is niet onderbouwd. Evenmin is sprake van onrechtmatig handelen door Prosigno.

Ten aanzien van de bestuurder is geen persoonlijk ernstig verwijt vastgesteld dat hem aansprakelijkheid oplevert. De vorderingen worden daarom afgewezen en Celadon wordt veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra en uitgesproken op 7 april 2021.

Uitkomst: De vorderingen van Celadon worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van misbruik van identiteitsverschil en bestuurdersaansprakelijkheid.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/364878 / HA ZA 20-49
Vonnis van 7 april 2021
in de zaak van
de rechtspersoon naar het recht van de Verenigde Staten
CELADON SYSTEMS INCORPORATED,
gevestigd te Brunsville-Minnesota,
eiseres,
advocaat mr. W.F. Veldstra te Rotterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PROSIGNO BEHEER B.V.,
gevestigd te Nunspeet,
2.
[gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagden,
advocaat mr. H.J.F. Dullemond te Zwolle.
Partijen zullen hierna Celadon, Prosigno en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 15 juli 2020
  • het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 12 januari 2021
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Celadon is een in de Verenigde Staten gevestigde producent van technologische producten. Zij produceert onder meer zogenaamde ‘probecards’. Een probecard is een onderdeel dat van belang is voor het functioneren van een elektronisch testsysteem voor halfgeleidewafels.
2.2.
[gedaagde sub 2] is uitvinder van een ‘probecard tester’, een apparaat om de probecards op voldoende werking te testen.
2.3.
Celadon heeft begin 2017 een probecard tester besteld bij Stichting Continuïteit [gedaagde sub 2] Engineering (hierna: de stichting), ook handelende onder de naam BE Precision Technology. [gedaagde sub 2] was een van de bestuurders van deze stichting.
2.4.
Omdat volgens Celadon de probecard tester te laat werd geleverd en niet functioneerde, heeft zij de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Zij is vervolgens een procedure tegen de stichting bij de rechtbank Gelderland gestart.
2.5.
Bij vonnis van 12 december 2018 heeft de rechtbank beslist dat de stichting een bedrag van € 58.500,00 aan Celadon dient terug te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten, proceskosten en nakosten, en dat voor recht wordt verklaard dat de stichting aansprakelijk is voor de door haar toerekenbare tekortkoming veroorzaakte te schade, nader op te maken bij staat.
2.6.
Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat het in kracht van gewijsde is gegaan.
2.7.
Celadon heeft getracht het vonnis te executeren, maar de stichting biedt geen verhaal.
2.8.
Prosigno is een in 2007 opgerichte vennootschap die zich (volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel van 21 augustus 2019) bezighoudt op het gebied van de vervaardiging van meet-, regel-, navigatie- en controleapparatuur en het ontwerpen en ontwikkelen van meet- en regelapparatuur. [gedaagde sub 2] is indirect bestuurder van Prosigno.

3.Het geschil

3.1.
Celadon vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
voor recht verklaart dat Prosigno en [gedaagde sub 2] hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens Celadon voor de in overweging 3.2. omschreven schade;
Prosigno en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van die schade, vermeerderd met wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
Prosigno en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.414,13;
Subsidiair:
voor recht verklaart dat Prosigno en [gedaagde sub 2] aansprakelijk zijn jegens Celadon voor de in overweging 3.2. omschreven schade;
Prosigno en [gedaagde sub 2] veroordeelt tot betaling van die schade, vermeerderd met wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
Prosigno en [gedaagde sub 2] zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.414,13;
Primair en subsidiair:
Prosigno en [gedaagde sub 2] veroordeelt in de proceskosten, met inbegrip van de beslagkosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen 7 dagen na betekening van het te wijzen vonnis worden voldaan.
3.2.
Ten aanzien van Prosigno legt Celadon aan haar vorderingen ten grondslag dat primair sprake is van vereenzelviging/misbruik van identiteitsverschil en subsidiair van onrechtmatig handelen, waardoor Prosigno aansprakelijk is voor de door Celadon geleden schade, begroot op een bedrag van € 62.795,72 (zijnde het totaalbedrag uit de veroordelingen in de eerdere procedure tegen de stichting), de wettelijke rente over
€ 58.500,00 vanaf het vonnis van 12 december 2018 tot 6 december 2019 ter hoogte van
€ 1.117,33 en de kosten van executoriale beslagen die zijn gemaakt na het vonnis van 12 december 2018.
3.3.
Ten aanzien van [gedaagde sub 2] legt Celadon aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde sub 2] op grond van bestuurdersaansprakelijkheid gehouden is om de hiervoor genoemde schade aan Celadon te vergoeden.
3.4.
Prosigno Beheer en [gedaagde sub 2] voeren gemotiveerd verweer en concluderen tot het niet ontvankelijk verklaren van Celadon in haar vorderingen dan wel tot afwijzing van deze vorderingen, met veroordeling van Celadon in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.
Celadon is gevestigd in de Verenigde Staten, Prosigno en [gedaagde sub 2] in Nederland. Het onderhavige geschil heeft daarmee internationale aspecten. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht omdat Prosigno en [gedaagde sub 2] gevestigd dan wel woonachtig zijn in Nederland (artikel 2 Rv Pro). De rechtbank Gelderland is bevoegd omdat Prosigno is gevestigd in Nunspeet en [gedaagde sub 2] woonachtig is in [woonplaats] .
Toepasselijk recht
4.2.
Aangezien Celadon in haar dagvaarding een beroep doet op rechtsfiguren en wetsbepalingen uit het Nederlands recht, en Prosigno en [gedaagde sub 2] daartegen geen bezwaar hebben gemaakt, gaat de rechtbank er bij de verdere beoordeling van het geschil vanuit dat partijen (stilzwijgend) voor de toepasselijkheid van Nederlands recht hebben gekozen.
Misbruik van identiteitsverschil/vereenzelviging, onrechtmatige daad Prosigno?
4.3.
Ten aanzien van Prosigno legt Celadon aan haar vorderingen ten grondslag dat sprake is van vereenzelviging/misbruik van identiteitsverschil tussen Prosigno en de stichting. Subsidiair stelt zij dat Prosigno onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld.
Toen Celadon het vonnis van 12 december 2018 probeerde te executeren, kwam zij erachter dat de stichting geen verhaal bood, ondanks het feit dat uit de markt werd vernomen dat “Be Precision Technology” nog volop opdrachten uitvoerde en handel dreef. Na onderzoek is het haar gebleken dat [gedaagde sub 2] naast de stichting ook in Prosigno in probecards handelde. Voorts bleek Prosigno op hetzelfde adres als de stichting gevestigd te zijn, dezelfde handelsnaam als de stichting (Be Precision Technology) te voeren en van dezelfde website en werknemers gebruik te maken. Celadon betoogt dat de stichting kennelijk als lege huls is gebruikt en dat alle baten in Prosigno waren ondergebracht of dat de stichting mogelijk doelbewust is leeggehaald om verhaal te frustreren. Verder is het Celadon gebleken dat de stichting, zonder daarvan op de hoogte te zijn gebracht, in 2019 opgeheven. Celadon is van mening dat uit deze omstandigheden het onrechtmatig handelen blijkt, dat Prosigno en de stichting als een en dezelfde entiteit dient te worden gezien en dat de handelingen van [gedaagde sub 2] met betrekking tot de verkoop van de probecardtester door de stichting ook als handelingen van Prosigno hebben te gelden.
4.4.
Vooropgesteld wordt dat voor de vraag of er sprake is van misbruik van identiteitsverschil dan wel grond bestaan voor vereenzelviging van rechtspersonen – het volledig wendenken van het identiteitsverschil tussen Prosigno en de stichting het Rainbow-arrest (HR 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480) richtinggevend is. De daarin verwoorde maatstaf is bevestigd in het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2285).
4.5.
Uit het Rainbow-arrest volgt dat vereenzelviging terughoudend dient te worden toegepast. De Hoge Raad heeft in dit arrest geoordeeld dat door degene die (volledige of overheersende) zeggenschap heeft over de rechtspersoon en een andere bij die rechtspersoon betrokken rechtspersoon misbruik kan worden gemaakt van het verschil van identiteit tussen deze rechtspersonen, en dat hetgeen met zodanig misbruik werd beoogd, in rechte niet behoeft te worden gehonoreerd. Dergelijk misbruik dient volgens de Hoge Raad te worden aangemerkt als een onrechtmatige daad en verplicht degene die misbruikt tot vergoeding van de schade die door dat misbruik is ontstaan. De verplichting tot het vergoeden van schade rust niet alleen op de persoon die met gebruikmaking van zijn zeggenschap de betrokken rechtspersonen tot medewerking aan dat onrechtmatig handelen heeft gebracht, maar ook op deze rechtspersonen zelf, omdat het ongeoorloofde oogmerk van degene die hen beheerst rechtens dient te worden aangemerkt als een oogmerk ook van henzelf.
De omstandigheden van het geval kunnen evenwel ook zo uitzonderlijk van aard zijn dat vereenzelviging van de betrokken rechtspersonen – het volledig wegdenken van het identiteitsverschil – de meest aangewezen vorm van redres is (HR 9 juni 1995, NJ 1996/213).
4.6.
Anders dan Celadon heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende gebleken is dat sprake is geweest van misbruik van identiteitsverschil. Tegenover de gemotiveerde betwisting van Prosigno, is niet gebleken dat Prosigno ten tijde van het sluiten van de overeenkomst tussen de stichting en Celadon (begin 2017) gebruik heeft gemaakt van de handelsnaam Be Precision Technology. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit dit opgemaakt kan worden. Niet in geschil is bovendien dat deze handelsnaam pas in november 2017 voor Prosigno in het handelsregister is geregistreerd. Dat hiermee volgens Celadon bevestigd wordt dat Prosigno vóór die datum ook gebruik van de handelsnaam heeft gemaakt, is, zonder nadere toelichting die ontbreekt, een onbegrijpelijke gevolgtrekking.
4.7.
Evenmin is, tegenover de gemotiveerde betwisting van Prosigno, gebleken dat in Prosigno en de stichting - ten tijde van het contracteren - dezelfde activiteiten werden verricht of dat de stichting en Prosigno ten tijde van het contracteren op hetzelfde adres waren gevestigd. Bovendien is op geen enkele wijze gebleken dat bij Celadon ten tijde van het contracteren enige verwarring heeft bestaan of zij met de stichting of met Prosigno contracteerde. Na de bestelling van de probecard tester ontving Celadon een factuur met de gegevens van de stichting. Toen de gemaakte afspraken niet naar behoren werden nagekomen, heeft Celadon ook de stichting in rechte betrokken.
4.8.
Dat de stichting als lege huls is gebruikt of dat de stichting doelbewust is leeggehaald om verhaal te frustreren, is eveneens niet gebleken. Celadon heeft deze stelling op geen enkele wijze onderbouwd.
4.9.
Voor zover Celadon er vanuit is gegaan dat de stichting kredietwaardig was omdat op de website diverse bekende partijen stonden die tot de klantenkring van de stichting zouden behoren, overweegt de rechtbank dat dit een veronderstelling van Celadon betreft die wellicht – achteraf bezien – ten onrechte is gemaakt. Bovendien mocht Celadon op basis van deze vermeldingen van relaties op de website er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de stichting kredietwaardig was. Aan de niet nader geconcretiseerde stelling dat in de markt zou zijn vernomen dat er meerdere apparaten zouden zijn verkocht, kan evenmin de conclusie verbonden worden dat door Prosigno of [gedaagde sub 2] de schijn is gewekt dat de stichting kredietwaardig zou zijn. Ter zitting heeft Celadon ook desgevraagd verklaard dat [gedaagde sub 2] zelf geen uitlatingen heeft gedaan waaruit afgeleid kan worden dat de stichting verhaal zou bieden als de overeenkomst niet naar behoren zou worden uitgevoerd. Tijdens de mondelinge behandeling is overigens door Celadon niet langer weersproken dat de opheffing van de stichting in de Staatscourant is gepubliceerd. De conclusie is dan ook dat geen misbruik van identiteitsgeschil of vereenzelviging kan worden aangenomen en dat de primaire grondslag de vordering niet kan dragen.
4.10.
Ten aanzien van de subsidiaire grondslag, namelijk dat Prosigno onrechtmatig jegens Celadon heeft gehandeld, verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor is overwogen. Voor zover Prosigno bedoeld heeft om met het beroep op onrechtmatige daad een zelfstandige grondslag te formuleren, heeft zij onvoldoende (aanvullende) feiten en omstandigheden gesteld waaruit afgeleid kan worden dat Prosigno onrechtmatig jegens Celadon heeft gehandeld. Tijdens de mondelinge behandeling is immers verklaard dat Prosigno pas voor het eerst bij Celadon in beeld is gekomen toen getracht werd om het vonnis van 12 december 2018 te executeren. Ook deze grondslag kan derhalve niet tot toewijzing van de vorderingen leiden.
Bestuurdersaansprakelijkheid [gedaagde sub 2] ?
4.11.
Tot slot beroept Celadon zich jegens [gedaagde sub 2] op bestuurdersaansprakelijkheid. Vooropgesteld wordt dat indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, het uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van de bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder terzake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dit is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval.
4.12.
Nu uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat niet is gebleken dat [gedaagde sub 2] misbruik van identiteitsverschil tussen Prosigno en de stichting heeft gemaakt of dat [gedaagde sub 2] als bestuurder van de stichting een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt dat Celadon het vonnis van 12 december 2018 niet op de stichting heeft kunnen verhalen, zal ook deze grondslag niet tot een toewijzing van de vorderingen kunnen leiden.
4.13.
De vorderingen zullen worden afgewezen. Dit betekent dat Celadon als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten zal worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Prosigno en [gedaagde sub 2] worden begroot op:
- griffierecht € 2.042,00
- salaris advocaat
2.228,00(2,0 punten × tarief € 1.114,00)
Totaal € 4.270,00

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt Celadon in de proceskosten, aan de zijde van Prosigno en [gedaagde sub 2] tot op heden begroot op € 4.270,00,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2021.
Coll: cl