ECLI:NL:RBGEL:2020:6531
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Werkgever niet gehouden tot opzegging slapend dienstverband met transitievergoeding
De zaak betreft een werknemer die sinds 2003 bij Bouter Cheese B.V. in dienst is en sinds 2011 arbeidsongeschikt is. De werknemer vordert dat de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt met toekenning van de wettelijke transitievergoeding, stellende dat het dienstverband slapend wordt gehouden om betaling te vermijden.
De rechtbank bespreekt de recente jurisprudentie van de Hoge Raad (Xella-uitspraak) over goed werkgeverschap en het beëindigen van slapende dienstverbanden. Volgens deze jurisprudentie behoort een slapend dienstverband in beginsel te worden beëindigd als de werknemer dat wenst en de werkgever geen redelijk belang heeft bij voortzetting, met toekenning van een vergoeding.
De rechtbank oordeelt echter dat dit niet betekent dat de werkgever verplicht is mee te werken aan een opzegging die leidt tot een hogere vergoeding dan de wettelijke transitievergoeding die verschuldigd zou zijn bij beëindiging direct na twee jaar arbeidsongeschiktheid. De vordering van de werknemer is gericht op een opzegging met toestemming van het UWV, waarbij de vergoeding hoger zou zijn dan de compensatie die de werkgever mogelijk kan krijgen.
De rechtbank wijst de vordering af en stelt dat het niet relevant is of er nog sprake is van een arbeidsovereenkomst of een slapend dienstverband. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opzegging van de arbeidsovereenkomst met toekenning van transitievergoeding wordt afgewezen.