Uitspraak
[gedaagde]
Rechtbank Gelderland
In deze civiele arbeidsrechtelijke procedure staat de vraag centraal of een studiekostenbeding in de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is en of de werkgever de gemaakte studiekosten mag verrekenen met de eindafrekening na beëindiging van het dienstverband.
De kantonrechter bevestigt de rechtsgeldigheid van het studiekostenbeding, waarbij een afbouwregeling geldt over een periode van vier jaar. De werknemer volgde diverse opleidingen op verzoek van de werkgever, en het dienstverband eindigde binnen de terugbetalingsperiode. De werkgever heeft de studiekosten berekend conform het beding en verrekent deze met het nog openstaande loon.
De werknemer stelde dat een studiekostensubsidie in mindering moest worden gebracht, maar de rechtbank oordeelde dat het beding dit niet voorziet. Ook het verrekeningsverweer met betrekking tot overtreding van nevenfunctie- en relatiebedingen faalde, omdat de werknemer een eigen onderneming in een andere branche had en de werkgever hiervan op de hoogte was.
Uiteindelijk wijst de rechtbank de vorderingen van de werknemer af en veroordeelt hem in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.