Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[X] , te [Q] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almere, verweerder.
Procesverloop
,berekend naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 700.144. Tevens is bij beschikking € 19.990 aan heffingsrente in rekening gebracht.
Overwegingen
- de navorderingsaanslag moet worden vernietigd op basis van de vso;
- artikel 16 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de oplegging van de navorderingsaanslag in de weg staat;
- de navorderingsaanslag is opgelegd in strijd met enig beginsel van behoorlijk bestuur, specifiek het motiveringsbeginsel en detournement de pouvoir;
- sprake is van schending van de cautieplicht of het nemo-teneturbeginsel;
- de navorderingsaanslag tot een te hoog bedrag is vastgesteld.
Haviltex). In dit kader overweegt de rechtbank dat het aannemelijk is dat de problematiek omtrent de afschrijving op klokken en de in geding zijnde navorderingsaanslag met elkaar verweven zijn. De rechtbank baseert zich daarbij onder meer op de e-mail van 24 december 2018 die gemachtigde aan personen binnen de Belastingdienst stuurt die betrokken zijn bij zowel het IB/PVV-traject van eiser in privé als het Vpb-traject van vennootschappen waarvan eiser bestuurder en (middelijk) aandeelhouder is. In die e-mail wordt namens eiser nogmaals duidelijk gemaakt dat overeenstemming ten aanzien van de fiscale afhandeling van de afschrijving op de klokken voor hem afhangt van overeenstemming over de navorderingsaanslag IB/PVV 2009. Weliswaar wordt in de vso nergens expliciet verwezen naar de aan eiser opgelegde navorderingsaanslag IB/PVV voor het jaar 2009, maar de afschrijvingsproblematiek van de klokken ging blijkens de considerans van de vso over de tijdvakken vanaf 2008. In combinatie met de gebruikte woorden in punt 11 van de vso (“over de in geschil zijnde tijdvakken”) is aannemelijk dat ook onderhavige navorderingsaanslag onder de reikwijdte van de vso is gebracht. Gelet op de onderlinge afstemming en betrokkenheid van de inspecteur Vpb (die de vso heeft getekend namens de Belastingdienst) en de inspecteur IB/PVV, zoals volgt uit de e-mail van 21 januari 2019, heeft de Belastingdienst de implicatie van deze tekst voor de aan eiser opgelegde navorderingsaanslag IB/PVV 2009 onder ogen gezien.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;