Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Het gehuurde is bestemd om te worden gebruikt als woning.”
Rechtbank Gelderland
De Stichting Volkshuisvesting Arnhem (SVA) vorderde ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst met [eisende partij in verzet] wegens vermeende prostitutieactiviteiten in de woning en een huurachterstand. De huurovereenkomst betrof een woonruimte met een maandelijkse huur van €630,52. De politie trof op 25 oktober 2018 personen aan in de woning die mogelijk betrokken waren bij prostitutie, maar het bewijs daarvoor was beperkt tot een gemeentelijke brief en foto's.
[eisende partij in verzet] betwistte de prostitutieactiviteiten en stelde dat zij niet op de hoogte was van het gebruik van haar woning door derden. Zij gaf haar stiefzoon tijdelijk een sleutel om op de woning te letten. De rechtbank oordeelde dat zelfs als prostitutieactiviteiten hadden plaatsgevonden, niet was bewezen dat [eisende partij in verzet] daarvan wist en zij zich dus niet als een slecht huurder had gedragen.
Daarnaast was de huurachterstand gering (ongeveer €149,62) en onvoldoende om ontbinding te rechtvaardigen, mede gezien het belang van de huurder bij voortzetting van de huurovereenkomst. Overlast en onderverhuur waren niet voldoende onderbouwd. De rechtbank vernietigde het verstekvonnis en wees de vorderingen van SVA af, waarbij SVA werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzet toe en wijst de vorderingen tot ontbinding en ontruiming af wegens onvoldoende bewijs en geringe huurachterstand.