Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[failliet],
1.[gedaagde sub 1] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 1 augustus 2018
- de akte omtrent enquête tevens houdende overlegging van producties tevens houdende wijziging van eis van de curator
- de akte van [gedaagde sub 1]
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 6 februari 2019
- de conclusie na enquête en contra-enquête van de curator
- de conclusie na enquête van [gedaagde sub 1] .
2.De verdere beoordeling
Primair
althans de heer [gedaagde sub 1] te veroordelen aan de curator te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag groot € 3.834,96 + € 16.073,64 + € 1.017,42 + € 51.000,00 + € 57.535,50 = € 129.461,52 (zegge: honderdnegenentwintig duizend vierhonderd eenenzestig duizend euro en tweeënvijftig eurocent) althans beiden tot een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
althans dat [failliet] onverschuldigd betaald heeft aan de heer [gedaagde sub 1] en/of dat ten behoeve van de heer [gedaagde sub 1] door [failliet] betaald is aan derden;
althans de heer [gedaagde sub 1] te veroordelen aan de curator te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag groot € 3.834,96 + € 16.073,64 + € 1.017,42 + € 51.000,00 + € 57.535,50 = € 129.461,52 (zegge: honderdnegenentwintig duizend vierhonderd eenenzestig duizend euro en tweeënvijftig eurocent), althans beiden tot een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
duizenddriehonderdachtenveertig euro en eenendertig eurocent (onderstreping rechtbank)
91.230,28) en het bedrag in letters (
drieennegentigduizend tweehonderd en dertig euro en achtentwintig eurocent) (onderstrepingen rechtbank) niet met elkaar overeen. Nu onduidelijkheid op dit punt niet ten nadele van [gedaagde sub 1] mag strekken, zal de rechtbank ervan uitgaan dat het in cijfers vermelde bedrag het juiste is.
€ 8.535,00(tarief V, 5 punten)
€ 4.804,00(tarief VI, 2 punten)
€ 2.402,00(tarief VI, 1 punt)