ECLI:NL:RBGEL:2019:2442
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende causaal verband tussen schouderklachten en arbeidsomstandigheden
De eiser, een meubelstoffeerder bij CTM, klaagde over blijvende schouder- en nekklachten die hij toeschrijft aan repeterende werkzaamheden met een tacker. Hij stelde dat CTM haar zorgplicht had geschonden en vorderde schadevergoeding op grond van werkgeversaansprakelijkheid (art. 7:658 BW Pro). CTM en haar verzekeraar Vivat betwistten het verband tussen de klachten en het werk, wijzend op pre-existente aandoeningen en activiteiten buiten het werk.
De rechtbank analyseerde medische rapporten die een matig gereguleerde diabetes type I als risicofactor voor de klachten aanwijzen, en constateerde dat de arbeidsomstandigheden onvoldoende concreet waren onderbouwd door eiser. Het pestgedrag op de werkvloer werd niet als oorzaak van de fysieke klachten aangemerkt.
De arbeidsrechtelijke omkeringsregel werd niet toegepast vanwege het te onzekere verband tussen werk en klachten. De eiser kon het causaal verband niet overtuigend aantonen, waardoor de vordering werd afgewezen. Ook het beroep op proportionele aansprakelijkheid faalde.
De eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2019.
Uitkomst: De vordering van eiser tot schadevergoeding wegens schouderklachten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van causaal verband met arbeidsomstandigheden.