Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van
[eiser], te [woonplaats], eiser,
de Autoriteit persoonsgegevens, te 's-Gravenhage, verweerder.
[derde partij].
Rechtbank Gelderland
Eiser verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens handhavend op te treden tegen het gebruik van adresgebonden afvalpassen voor ondergrondse afvalcontainers in Arnhem. De Autoriteit legde aan de gemeente een last onder dwangsom op om de containers zonder pas toegankelijk te maken en persoonsgegevens te wissen.
Eiser stelde beroep in tegen deze last en de motivering daarvan, stellende dat ook na invoering van het Diftar-systeem handhaving nodig zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de last onvoorwaardelijk en niet tijdgebonden is, waardoor eiser het beoogde resultaat heeft bereikt en geen procesbelang heeft bij inhoudelijke toetsing.
De rechtbank overwoog dat toekomstige opheffing van de last via een afzonderlijk besluit kan worden aangevochten. Ook werd geoordeeld dat het verzoek om een prejudiciële verklaring over de rechtmatigheid van het Diftar-systeem niet voldoende belang geeft voor de procedure.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en kwam zij niet toe aan de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Vergoeding van griffierecht werd niet toegewezen omdat de niet-ontvankelijkheid niet aan verweerder kan worden toegerekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.