Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[eiser 1]
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de vrijwillige verschijning van CWZ
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van CWZ.
2.De feiten
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een kort geding over de voortzetting van de IC-behandeling van eiser 1, die na een hartstilstand en ernstige neurologische schade in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) wordt behandeld. De kinderen van eiser 1 vorderen namens hem dat de behandeling wordt voortgezet, omdat zij het beëindigen van de behandeling onrechtmatig achten en hun vader niet willen verliezen zonder afscheid.
Het behandelteam heeft op basis van medisch onderzoek en prognose vastgesteld dat verdere IC-behandeling medisch zinloos is en het lijden van eiser 1 verlengt. Ondanks meerdere gesprekken met de familie blijft het behandelteam bij dit standpunt. De rechter overweegt dat de professionele autonomie van de artsen en de medische standaard bepalend zijn, en dat de rechter dit oordeel slechts marginaal kan toetsen.
De rechter concludeert dat het oordeel van het behandelteam niet onjuist of onzorgvuldig is en dat er geen concreet behandelingsdoel meer is. De vordering tot voortzetting van de behandeling wordt daarom afgewezen. De kinderen worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. D.M.I. de Waele en op 17 december 2018 uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot voortzetting van de IC-behandeling wordt afgewezen wegens medisch zinloos handelen.