Uitspraak
[woonplaats],
eiser, hierna te noemen: de man,
advocaat J.F.M. van Weegberg,
[woonplaats],
verweerster, hierna te noemen: de vrouw,
advocaat A. Oosterhuis-Boeve te Arnhem.
Rechtbank Gelderland
De man en vrouw, ex-partners met een gezamenlijke dochter, zijn in geschil over de afgifte van papieren en foto's die de vrouw zou bezitten. De man had deze vordering reeds eerder ingesteld, maar deze was toen afgewezen door de rechtbank Arnhem op 30 juni 2010.
In de procedure van 2018 vordert de man opnieuw dat de vrouw de papieren in twee grote dozen aan hem afgeeft, onder meer met dwangsom en machtiging tot tenuitvoerlegging met de sterke arm. De vrouw voert verweer en beroept zich op het gezag van gewijsde, omdat het om dezelfde vordering gaat die eerder is afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat de man dezelfde vordering opnieuw heeft ingesteld zonder nieuwe gronden of andere stukken te noemen. Op grond van artikel 236 Rv Pro kan niet tweemaal over hetzelfde punt worden beslist. De eerdere uitspraak heeft bindende kracht en de man heeft geen hoger beroep ingesteld.
De vordering wordt daarom afgewezen. De man wordt veroordeeld in de proceskosten van de vrouw, bestaande uit griffierecht, eigen bijdrage en advocaatkosten, omdat hij ondanks juridisch advies toch dezelfde vordering opnieuw heeft ingesteld, waardoor onnodige kosten zijn gemaakt.
Het vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en op 26 april 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van papieren wordt afgewezen wegens gezag van gewijsde en de man wordt veroordeeld in de proceskosten.