Eiser, een psycholoog zonder BIG-registratie, maakte bezwaar tegen de betaling van omzetbelasting over diverse kwartalen vanaf 2013. De vrijstelling voor omzetbelasting was per 1 januari 2013 gewijzigd, waardoor alleen BIG-geregistreerden vrijgesteld waren. Volgens het arrest Solleveld van de Hoge Raad uit 2015 kan onder voorwaarden ook zonder BIG-registratie vrijstelling gelden, wat eiser betoogde.
De Belastingdienst verklaarde de bezwaren over de kwartalen na het eerste kwartaal 2013 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar was, omdat eiser niet wist dat per kwartaal bezwaar moest worden gemaakt, hij aanvankelijk niet bekend was met de BTW-regelgeving, en er geen duidelijke communicatie van de Belastingdienst was geweest.
De rechtbank vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid en verklaarde de bezwaren ontvankelijk. Vervolgens bepaalde zij dat de Belastingdienst de ten onrechte betaalde omzetbelasting over het tweede en derde kwartaal van 2013 en het gehele jaar 2014 aan eiser moest terugbetalen, een bedrag van €4.539.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak werd mondeling gedaan op 7 augustus 2018 en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.