Uitspraak
[naam V.O.F.]
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil tussen een rijinstructeur en zijn werkgever over een ontslag op staande voet. De werknemer werd ontslagen wegens vermeende verduistering van lesgelden die rechtstreeks aan hem waren betaald door een cursist, zonder medeweten van de werkgever. De werknemer betwistte dit en stelde dat er sprake was van onduidelijkheid en een turbulente overgangsperiode.
De kantonrechter overwoog dat hoewel de werknemer verwijtbaar handelde door onvoldoende inzicht te geven in zijn financiële administratie, er geen sprake was van opzettelijke verduistering. Ook de werkgever had verwijten, omdat zij geen duidelijke afspraken had gemaakt over de financiële verrekening bij de overgang van de rijschool.
Daarom was het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd en werd het ontslag als onregelmatig beschouwd. De werknemer kreeg een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding toegekend. De tegenvorderingen van de werkgever wegens onbetaalde lessen en minuren werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van de vergoedingen en proceskosten en wees de tegenvorderingen af. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 11 april 2018.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is onterecht verklaard en de werkgever is veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding.